Laroui en Van Oorschot

In Boeken van 30 december 2010 laat Fouad Laroui zijn interviewster Birgit Donker zeggen dat hij bij uitgeverij Van Oorschot is opgestapt omdat deze weigerde zijn aldaar verschenen vijf romans als pocket uit te brengen en dat Van Oorschot die romans prompt in de ramsj deed. Dáár kan de schrijver wel om lachen, schrijft Donker, want „nu zijn zijn romans eindelijk voor vijf euro te verkrijgen”.

Wie kaatst met halve waarheden en hele verdraaiingen, kan de bal verwachten. Daarom hier enkele feiten. Toen Laroui in 1998 bij ons aanbelde kon hij weten dat Van Oorschot sinds jaar en dag nauw samenwerkt met pocketmarktleider Muntinga (Rainbowpockets). En als Laroui het niet wist, dan is hem dat snel duidelijk gemaakt want kort nadat zijn eerste boek in vertaling was verschenen (Kijk uit voor parachutisten, 1999) publiceerde Maarten Muntinga het al in 2001 als Rainbow pocket. Muntinga stak daarmee zijn nek voor Laroui uit want iedereen, ook de schrijver zelf die als nevenhobby op hoog niveau economie beoefent, weet dat pocketexploitatie pas kansrijk is bij bewezen succes in andere edities. Het door Laroui ontvangen voorschot op de pocketuitgave werd nooit door reële verkopen ingehaald.

Erkenning door het Nederlandse lezerspubliek is tot dusver uitgebleven. Helaas, zegt ook deze uitgever. En denkt ongetwijfeld ook pocketmarktleider Muntinga, die geen brood zag in pockets van de andere werken. Laroui heeft Van Oorschot nooit gevraagd om al zijn boeken als pocket uit te geven.

Laroui’s Judith en Jamal werd in 2007 als hardcover heruitgebracht voor € 12,50. Er werden 500 stuks aan de boekhandel verkocht, er werd niet één exemplaar nabesteld.

Op advies van zijn uitgever had Laroui de Nederlandse vertaalrechten van zijn Franse contracten uitgezonderd. Zo hoefde hij de Nederlandse opbrengsten niet met het Franse Julliard te delen. In januari 2008 verscheen bij Laroui’s Franse uitgever een kleine roman, La femme la plus riche de Yorkshire. Laroui kwam een exemplaar met opdracht brengen, een titelpagina vol vriendschappelijke gevoelens, en bood het ter vertaling aan met de opmerking dat het overigens ‘een tussendoortje’ was. Hoewel de uitgever die opvatting van de auteur deelde, bood hij aan het uit te geven. Gezien nog niet ingelopen voorschotten, opgesoupeerde mogelijkheden van vertaalsubsidie en de terughoudend geworden opstelling van boekhandelaren, stelde de uitgever handhaving van Nederlandse royalty’s voor doch vroeg hij de auteur deze keer genoegen te willen nemen met een klein voorschot.

Als door een adder gebeten liet de schrijver, die vanwege zijn succesvolle wetenschappelijke carrière nooit van zijn pen hoefde te leven, de uitgever prompt weten dat hij daarvan nog geen fatsoenlijk half paar schoenen kon kopen en trok zijn boek terug.

Inderdaad heeft Van Oorschot na Laroui’s vertrek besloten, de morsdode restanten aan een opkoper van de hand te doen. Dat gebeurde overigens pas in 2010, om de verschijning van Laroui’s tussendoortje bij een collega-uitgever niet dwars te zitten.

Wouter van Oorschot,

Amsterdam