Langzame bejaarde sterft eerder dan snelle

Een looptest blijkt zeer betrouwbare informatie over de gezondheid van een bejaarde te geven.

Een bejaarde die er over het algemeen stevig de pas in heeft, leeft langer. De wandelsnelheid blijkt een betrouwbare methode om de levensverwachting van ouderen in te schatten. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers deze week in het medisch-wetenschappelijke blad Journal of the American Medical Association.

De onderzoekers namen voor hun analyse de resultaten van negen verschillende studies bij elkaar, zodat zij beschikten over de gegevens van 34.485 mensen van 65 jaar en ouder. Die moesten een standaardparcours van vier meter afleggen. Mannen van boven de 85 die meer dan 1,4 meter per seconde liepen, ruim 5 kilometer per uur, bleken vijf jaar later bijna allemaal nog in leven (93 procent). Leeftijdgenoten die niet boven de 0,4 meter per seconde uitkwamen (1,4 kilometer per uur), leefden gemiddeld korter: na vijf jaar was nog slechts een kwart van hen in leven. Bij hoogbejaarde vrouwen was het verschil in overleving veel minder prominent: 47 procent van de langzaamste groep en 67 procent van de allersnelsten leefden na vijf jaar nog.

Het verband tussen loopsnelheid en overleving was ook aanwezig in de ‘jongste’ categorie (65 tot 74 jaar). De langzaamste mannen en vrouwen onder hen hadden een overlevingskans van respectievelijk 68 en 80 procent.

Leeftijd en leefstijl (roken, alcoholgebruik) zijn bij ouderen geen goede voorspellers van hun levensduur. Met een eenvoudige looptest die overal is uit te voeren kunnen artsen nu wel een betrouwbare inschatting maken van iemands vitaliteit – belangrijk om bijvoorbeeld te bepalen of iemand een zware operatie kan ondergaan met een minimaal risico op complicaties. In een begeleidend commentaar merkt geriater Matteo Cesari op dat de test nuttig kan zijn, maar dat de gezondheidszorg zich er nu niet op moet gaan richten ouderen sneller te laten lopen. (NRC)