Onwaarschijnlijk dat oppositie missie Afghanistan tegenhoudt

Afghaanse politieagenten rond het stoffelijk overschot van een Talibaanstrijder omgekomen bij een confrontatie met de politie afgelopen maandag ten oosten van Kabul. Foto AP / Rahmat Gul

Het kabinet-Rutte is akkoord gegaan met een nieuwe missie in Afghanistan van mei 2011 tot medio 2014. Nederland is voornemens 545 man op een politietrainingsmissie te sturen. Of de missie er ook echt komt hangt af van de oppositiepartijen. Politiek-verslaggever Mark Kranenburg van NRC denkt niet dat zij de missie nog zullen tegenhouden.

Kranenburg behandelt voor NRC Handelsblad de Afghanistan-kwestie.

“Het kabinet heeft het nu naar buiten gebracht en dat betekent vaak dat het vrij zeker is van zijn zaak. Het zal zich op de hoogte hebben gebracht van de ruimte die het van de oppositiepartijen krijgt. De brief laat zien dat VVD en CDA dichtbij de wensen van GroenLinks en D66 zijn gaan zitten. Het interessante is nu: hoe groot wordt de meerderheid? De PvdA wil echt geen militaire missie en het probleem in Afghanistan is dat de grens tussen politie en militair minder duidelijk dan in Nederland.”

Het kabinet bracht vandaag in een brief de Tweede Kamer op de hoogte. Vanmiddag volgde een persconferentie.

Een groep van 545 man bestaat uit 225 trainers, 125 militairen in de rol van beschermend personeel, 120 man aan F16-grondpersoneel en zeventig man aan stafpersoneel moet de missie gaan volbrengen. Het is een gecombineerde missie van de Europese Unie en de NAVO. De Nederlandse trainers en hun beschermers worden gedeeltelijk bij de Duitsers in het noordelijk gelegen Kunduz ondergebracht. Ook worden mensen geposteerd in de hoofdstad Kabul en later komt Bamyan daar nog bij als standplaats. Ze gaan aan de slag op zowel politiescholen als in het veld.

PVV en PvdA blijven tegen missie
Rutte zei vanmiddag in de persconferentie “naar eer en geweten” gezocht te hebben naar een tegemoetkoming aan de motie van GroenLinks en D66. Deze partijen riepen in het voorjaar vorig jaar het toenmalige demissionaire kabinet op om de mogelijkheden van een politietrainingsmissie te onderzoeken. Rutte zegt nu “het volste vertrouwen” te hebben “in een zo groot mogelijke Kamermeerderheid”. Gedoogpartij PVV is tegen een missie, dus het kabinet moet bij de oppositie steun zien te vinden. Het is gebruikelijk dat militaire missies gedragen worden door een grote meerderheid in het parlement.

Rutte zei ook in het debat later deze maand te hopen de PVV nog te overtuigen, maar PVV-leider Geert Wilders liet tegenover de NOS al weten het een “slecht besluit” te vinden. Hij hoopt dat het kabinet geen meerderheid vindt “bij links”. De SP en Partij voor de Dieren zijn tegen een missie. GroenLinks, D66, ChristenUnie en SGP zijn niet op voorhand tegen. De PvdA kan de missie “onmogelijk steunen”, liet partijleider Job Cohen vanmiddag weten. De partij blijft tegen militaire inzet en vindt dat het deel dat onder de NAVO valt uiteindelijk “gewoon wordt ingezet voor (para)militaire taken”.

De standplaatsen van de mogelijke Nederlandse missie: Bamyan (b), Kunduz (g) en Kabul (r). Foto Google Maps.De standplaatsen van de mogelijke Nederlandse missie: Bamyan (b), Kunduz (g) en Kabul (r). Foto Google Maps.

‘Geen vechtmissie’
Het kabinet benadrukt in de brief dat het niet om een nieuwe vechtmissie gaat. Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal zei tijdens de persconferentie dat er bewust is gekozen voor een eindjaar. “Er is de afgelopen jaren leergeld betaald. We gaan niet weer zeggen dat we voor één jaar gaan.”

Het vorige kabinet viel in februari vorig jaar over verlenging van de militaire missie in Afghanistan. De PvdA stapte toen uit de coalitie met CDA en ChristenUnie omdat het Nederlandse soldaten niet langer in Uruzgan wilde hebben.

De reeds in Afghanistan gestationeerde vier F-16 gevechtsvliegtuigen en het daarbij horende grondpersoneel zullen in het land blijven. Het gaat niet om een missie die dient voor militaire offensieve acties. Uitgangspunt van de missie is volgens Rutte “het versterken van de civiele politie” en het opbouwen van de rechtsstaat door “het versterken van de justitiële keten.”