Hongaarse mediawet moet de pers opvoeden

In binnen- en buitenland is er veel kritiek op de nieuwe mediawet van Hongarije.

Een persreis voor Europese journalisten werd daardoor vooral damage control.

Eigenlijk moet de Hongaarse minister-president Viktor Orbán er vooral om lachen: grote Europese landen als Frankrijk en Duitsland maken zich druk over een nieuwe mediawet die de persvrijheid in Hongarije ernstig zou aantasten. „Maar in Hongaarse kranten lees ik dezer dagen alleen maar scherpe kritiek op de regering.” Dat kan dus allemaal nog. „Héél grappig.”

Maar het was natuurlijk niet leuk dat de kritiek op de mediawet net samenvalt met het begin van het EU-voorzitterschap van Hongarije, in de eerste helft van dit jaar. „Het was een slecht begin”, zei Orbán gisteren op een persconferentie voor Europese journalisten. „Niemand wenst dat voor zichzelf.”

De regering van Orbán heeft sinds woensdag zo’n vijftig journalisten uit Brussel op bezoek. Elk land organiseert zo’n reis aan het begin van het halfjaarlijkse EU-voorzitterschap en elk land wil dan dat zijn plannen voor de EU zoveel mogelijk aandacht krijgen. Maar door de heftige reacties op de mediawet, met regels voor berichtgeving en een systeem van boetes voor journalisten, werd de persreis deze keer vooral damage control.

De Hongaarse regeringsvertegenwoordigers zijn allemaal van de rechts-conservatieve partij Fidesz, die in het parlement een tweederde meerderheid heeft. Ze staan er niet om bekend dat ze makkelijk benaderbaar zijn voor buitenlandse journalisten, maar nu moeten ze in interviews steeds maar weer uit te leggen dat ze echt niet autoritair of dictatoriaal zijn. De minister van Communicatie, Zoltán Kovács, bleef in zijn persconferentie gistermiddag een uur lang glimlachen en zeggen dat de persvrijheid voor de Hongaarse regering heilig was. Niemand zou voor de journalisten beslissen wat ze moesten publiceren en wat niet.

En de zogenoemde ‘Media Autoriteit’ dan, die media hoge boetes kan opleggen als de berichtgeving niet ’evenwichtig’ is? Er zijn vijf leden, benoemd door het parlement waar Fidesz de dienst uitmaakt, en een voorzitter die door premier Orbán (Fidesz) is aangewezen. Was het misschien niet slimmer geweest om daar ook vertegenwoordigers van de media lid van te maken? Of van een andere politieke kleur, waardoor de schijn van vooringenomenheid vermeden had kunnen worden? „Dat is uw mening”, zei minister Kovács. „Wij hebben een andere mening.”

Kovács vindt dat de kritiek in het westen van Europa suggereert dat in Oost-Europa ‘autoritaire reflexen’ weer opspelen. „Ik zie daarin een uitdrukking van stereotiepe beelden en vooroordelen die nog steeds leven in Europa. We zijn nu zes jaar lid van de EU en we worden nog steeds een ‘nieuwe lidstaat’ genoemd. Er lijkt een Europa te zijn van twee klassen. Dat is niet alleen een gevoel in Hongarije, maar in heel Oost-Europa.”

Een journalist van de publieke omroep moest zijn functie als politiek verslaggever neerleggen omdat hij op de radio, na het aannemen van de mediawet, een minuut stilte hield. Volgens Kovács gebruikte de journalist zijn werk om te protesteren – en dat was niet de juiste plek.

Eerst wilde Kovács niet zeggen wat hij van de journalistiek in zijn land vindt. Later toch wel: „Citaten van politici worden bij ons heel vaak buiten de juiste context geplaatst.” Hij noemt ook voorbeelden van televisieshows waar gewone mensen belachelijk werden gemaakt. „Dat had allemaal niet moeten gebeuren”, zegt Kovács. Is de bedoeling van de wet dan vooral om de journalistiek in zijn land professioneler te maken? „Ja.”

De eerste vraag die de Hongaarse premier Orbán gisteren kreeg op de persconferentie, ging over zijn leiderschapsstijl. Die werd in de Verenigde Staten recent nog vergeleken met die van de Russische premier Poetin. Raakte dat hem?

Orbam grijnsde en zei: „Ik begon met Hitler. Dat was in mijn eerste periode als premier, van 1998 tot 2002. Ik laat het aan u om te bepalen of deze nieuwe vergelijking een vooruitgang is of niet. In Hongarije zijn er al sinds 1990 vrije verkiezingen. Ik heb daar nog nooit kritiek over gehoord. Mij doet het geen pijn wat er over mij wordt gezegd. Het doet Hongarije wel pijn. Het is een belediging voor een democratisch land.”

De Europese Commissie onderzoekt nu of de Hongaarse mediawet in strijd is met Europese regels. Was Orbán bereid om de wet aan te passen als de Commissie dat ging vragen? Orbán zei dat hij de procedures van de EU natuurlijk accepteerde. „Wij horen daarbij, wij aanvaarden de regels van het spel.” Maar een van de belangrijkste regels in de EU, zei Orbán ook, was de antidiscriminatieregel. „Ik kan me niet voorstellen dat de Commissie zal zeggen: dit of dat onderdeel moet u aanpassen. Want alle onderdelen in de wet hebben we overgenomen van andere Europese landen. Als er bij ons iets moet worden aangepast, moet het ook worden aangepast in die andere landen.”

En waarom die wet nu zo nodig was? Orbán begint over de communistische tijd in Hongarije: de regels die er nog waren voor journalisten, dateerden uit die tijd. „Het systeem van de publieke omroep was ook volledig corrupt, de omroep zat met een enorme schuld. We gingen het op orde brengen. In het parlement werd toen gezegd: als we dat doen, laten we dan meteen een allesomvattende nieuwe wet maken.”