Het zuiden trekt liever een trui aan dan dat het stookt

Toen een maand of wat geleden de temperatuur nog rond de 25 graden zweefde, was al te merken dat de winter naderde. Mutsen, wanten, leren beenkappen, gevoerde pantoffels, Tibetaans vossenbont, en gewatteerde pyjama’s en lang ondergoed lagen hoog gestapeld op de karren van de marskramers. Donkere tinten voor mannen en jongens, roze en lichtblauw voor de vrouwen, draken en Disneyfiguren voor de kinderen.

Met de vrieskou in de lucht wordt duidelijk waarom verstandige Shanghaiers zich al vroeg voorzien van warme kledij. In Zuid-China wordt namelijk als regel niet gestookt. De meeste huizen, restaurants en openbare gebouwen verkillen als de zomerse warmte is verdwenen. Huisverwarming is ten zuiden van de Yangtze-rivier anno 2010 nog steeds een weinig voorkomende luxe. De dure hotels zijn verwarmd, de betere restaurants ook, maar zelfs in nieuwe appartementen ontbreekt adequate verwarming. Of men zet de thermostaat niet hoger.

In het noorden van het land – alle provincies ten noorden van de Yangtze- wordt overal wel gestookt. In de streken waar buiten de meren en soms ook mensen en kuddes bevriezen is het binnen altijd aangenaam, ook op de met leren of plastic lappen afgeschermde markten. Het is eenvoudig: op 15 november gaat in de gebieden boven de Yangtze de centrale verwarming aan.

„In Peking denken ze nog steeds dat het in noorden koud is en het zuiden warm. Maar hier in de heuvels sneeuwt het en is de temperatuur min vijf graden”, klaagde een mevrouw op Nanking TV. In Wenzhou, 600 kilometer ten zuiden van Shanghai, vroor het deze week. In de kerken en de restaurants moest iedereen dus jassen, dassen en mutsen aanhouden, of een kruik met heet water kopen. Wie niet voorbereid was – of zijn thermische ondergoed vergeten was – werd onmiddellijk verkouden.

De Chinese ‘verwarmingsgrens’ is een erfenis uit de communistische jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de huisvesting van de bevolking nog in handen was van de staat en gratis was. Mao Zedong schreef voor dat noorderlingen recht hadden op een verwarmd huis. Airco bestond nog niet dus hij kon de zuiderlingen geen afkoeling in de zomer garanderen. Zuiderling Mao was zelf trouwens vaker in het noorden dan in het zuiden.

Deze noord-zuidtegenstelling in China houdt tot op de dag van vandaag stand. Zelfs de zware winterstormen van 2008 en 2009 in Zuid-China, toen dorpelingen in hun ingesneeuwde huizen bevroren, bracht daar geen verandering in. Als steden in het zuiden zo graag centrale verwarming willen aanleggen, moeten zij, zo bepaalde Peking deze zomer, dat zelf financieren. Even leek het erop alsof dat zou gaan gebeuren in de miljoenensteden Nanking en Wuhan. Maar de plannen voor de bouw van dure thermo-elektrische warmtecentrales werden ingetrokken bij gebrek aan belangstelling. De bevolking reageerde afwijzend zodra bleek dat hun elektriciteitsrekening omhoog zou gaan met een paar yuan.

Ook in Shanghai is de animo om meer te betalen voor centrale verwarming gering. En de bewoners van verwarmde huizen vertrouwen gaan liever op een gewatteerde pyjama, drie truien en een kruik, dan meer te moeten betalen.

De mevrouw van de supermarkt op de hoek van de Xingguo Lu, waar ook rekeningen betaald kunnen worden, houdt haar pyjama ook overdag aan, want zij piekert er niet over haar winkel te verwarmen. Zij trekt liever twee truien en handschoenen aan. En voor elektriciteitsrekeningen van omgerekend 39 euro per maand heeft zij alleen maar misprijzen. Zij vindt trouwens mijn telefoonrekening, 160 euro, ook onbegrijpelijk hoog.

Het argument dat het binnen koud aan het worden is en de warme airco overdag aanstaat, vindt zij geen steek houden. Zij wijst schouderophalend naar de hoek waar nog een stapel lange onderbroeken ligt. De keus is beperkt: marineblauw of staalgrijs. Het is een grijze geworden.

Oscar Garschagen

Dit is een aflevering van een serie van correspondenten over hun winter