'Het laatste rondje was ik alleen aan het doodgaan'

Vier jaar geleden verloor Ireen Wüst in Collalbo het EK, na een teleurstelling op de vijf kilometer. Komend weekeinde is ze in het Italiaanse bergdorpje opnieuw favoriet voor de Europese titel.

Het was angstig stil toen ze eindelijk, volledig leeg gereden, de finish passeerde. Dat herinnert Ireen Wüst zich nog levendig. „Het was heel stil. En het bleef stil. Toen wist ik genoeg.”

Collalbo. Zo zangerig als de naam van het Dolomietendorp in de oren van schaatsliefhebbers klinkt, zo hard trilt het op de trommelvliezen van Ireen Wüst, nu 24 jaar oud. Op het ijs van de Ritten Arena, het schilderachtige buitenbaantje waar vanmiddag het EK allround begon met de 500 en 5.000 meter voor de mannen, beleefde de Brabantse in januari 2007 een deceptie die ze nog altijd ziet als het dieptepunt van haar carrière.

Ruim veertien seconden mocht ze op de afsluitende vijf kilometer verspelen op de pas 19-jarige Tsjechische Martiná Sáblíková, tot dan toe niet bekend als topallroundster. Wüst verloor ze alle veertien – en daarmee een ‘zekere’ eerste Europese titel. Ze had vóór de race zelfs al een televisie-interview aan de NOS gegeven over haar aanstaande titel. „Ik heb veel geleerd van dat toernooi. Bijvoorbeeld dat je pas interviews moet geven als je hebt gewonnen.”

Televisiekijkend Nederland zag haar minutenlang op een heuvel zitten, achter de baan, waar haar meegereisde broer haar probeerde te troosten. „Ik dacht dat niemand me daar zou zien”, zegt Wüst nu, terug in Collalbo. Ze kan er inmiddels wel om lachen. „Als ik er nu aan terugdenk, heeft het me een Europese titel gekost. Maar het is niet een enorme frustratie geworden. Ik heb het vrij snel daarna rechtgezet.” Een maand later werd ze in Heerenveen voor het eerst wereldkampioen, en een jaar later Europees kampioen, in het Russische Kolomna.

Wüst herinnert zich nog dat ze zenuwachtig was voor de start van die vijf kilometer. „Maar ik had er zin in. Ik dacht: veertien seconden, dat moet makkelijk te doen zijn.” Ze vertrok snel, tot drie kilometer leek er niets aan de hand. Daarna ging het licht langzaam uit en liepen de rondtijden op tot dik in de 36 seconden „Ik probeerde volle bak alles uit mijn lichaam te persen, hopend dat het nog goed kwam. Het laatste rondje was ik alleen maar aan het doodgaan. Dan ben je niet meer bezig met een titel.” Op de streep bleek dat ze 0,23 seconde te veel had verloren op Sáblíková.

Toch was dat toernooi voor Wüst meer dan alleen die dramatische laatste race. „Wat mij het meest bijstaat is dat ik daar ook een wereldrecord op buitenijs reed, op de 1.500 meter (1.56,78, red.). En dat ik veel tijd verloor op de 3.000 meter, nadat het weer plotseling was omgeslagen.”

Op datzelfde ijs, tegen de achtergrond van de imposante bergrug van de Sciliar, beseft Wüst dat ze komend weekend een nare herinnering kan uitwissen. „Iedereen ziet nu de naam Collalbo en denkt: ah, waar Wüst tweede werd. Ik vind het een uitdaging om dat recht te zetten. Collalbo, die baan waar Wüst won.”

Opnieuw zal het voornamelijk gaan tussen de twee hoofdrolspelers van 2007. En Wüst maakt een goede kans op een tweede titel. Voor het eerst heeft ze weinig te duchten van de Duitse vrouwen, die acht van de laatste elf titels wonnen. Claudia Pechstein is geschorst, Anni Friesinger en Daniela Anschütz zijn gestopt en Stephanie Beckert is geblesseerd.

Regerend kampioene Sáblíková maakte sinds ‘Vancouver’ nog weinig indruk. Ze heeft moeite met de aanpassing van haar slag sinds de invoering van de zogenoemde dokter Bibber-regel, die het schaatsers verbiedt de lijn tussen de banen op het rechte eind te overschrijden. Haar snelheid was mede te danken aan één extra slag bij het uitkomen van de bocht, maar ze reed daarbij soms met twee schaatsen tegelijk in de baan van haar tegenstandster.

Wüst denkt niet dat het haar nog eens zal overkomen, zo’n nederlaag als ze vier jaar geleden leed. Ze was toen een jonge, onervaren rijdster op buitenijs, die niet zomaar haar ritme kon aanpassen toen de weersomstandigheden dat vereisten. „Maar zeg nooit nooit. Ik blijf Wüst: die heeft het altijd moeilijk in de laatste rondjes van de drie en vijf kilometer.”

Maar Wüst, die vorig jaar een aantal moeilijke seizoenen in één klap goed maakte met olympisch goud op de 1.500 meter in Vancouver, heeft reden om niet te veel naar andere schaatssters te kijken. Ze zegt volop mee te zullen strijden voor de titel. Over andere concurrenten dan Sáblíková moet ze nadenken. Dit seizoen is de Noorse Ida Njåtun (19) een opvallende nieuwkomer, met een tweede plaats op de 1.500 meter bij wereldbekerwedstrijden in Berlijn (vóór Wüst) en de nationale allroundtitel. Voor Nederland doen ook Jorien Voorhuis, Diane Valkenburg en nationaal kampioene Marrit Leenstra mee. „Marrit rijdt goed”, zegt Wüst over haar oude TVM-ploeggenoot. „Maar ik ben vooral met mezelf bezig geweest. Ik heb het gevoel dat ik weer op mijn oude niveau terugkom. Dan kan ik ook een goede drie en vijf kilometer rijden.”