Een staart van soja

Wie weet nog wat een os is, vraagt Wouter Klootwijk zich af. Is koeienstaart ook ossenstaart? En hoe zit het met ossenstaartsoep?

Het leven, hoe moet dat ook weer? Geen kapelaan komt nog langs om het uit te leggen en de dokter weet het ook niet. In die leegte springt Honig. De soepfabriek vindt dat je niet in je eentje soep moet zitten slurpen uit een diep bord. Op de elleboogmacaroni en de dozen met nestjes mie staat ‘vertrouwd’. Opdat je niet denkt dat het eng spul is van Honig. Maar via de droge poedersoepen gaat de fabrikant zich met je doen en laten bemoeien. ‘Samen’, staat voorop de soepdozen met een zakje er in. Achterop elke doos uitleg: „SAMEN. Laat IEDEREEN genieten en praat LEKKER bij...” Het staat onder meer op Engelse ossenstaartsoep. Maar een beetje warenkennis delen, ho maar.

Straks over de staart. Eerst over de os. Wat is dat? Ik heb het onderzocht gedurende het laatste half jaar. Iedereen die kan praten vroeg ik wat een os is. Niemand wist het. Een enkeling meende dat het een uitgestorven diersoort is, bekend van kraamvisite bij Jozef en Maria, maar werkelijk niemand kon rechttoe rechtaan zeggen wat een os is. Ossenworst, ossenhaas, ossenstaartsoep, jazeker, bekend mee en van ossengal ook wel gehoord, maar een os?

In een supermarkt van Coöp vond ik schijven staart die op het etiket ossenstaart werden genoemd. Of ze het ook werkelijk zijn is ongewis. Het kan net zo goed koeienstaart zijn, in Nederland komen geen ossen meer voor. Maar haalt de slagerij van de supermarkt zijn rundvlees uit Ierland, zoals veel Nederlandse supermarkten doen, en neemt zo’n winkel niet alleen de biefstukken maar ook incourante delen van het beest, dan is er grote kans dat de stukken staart ook werkelijk van een os zijn. U, lezer weet het natuurlijk; een os is een gecastreerde stier. Hij is niet zijn testikels kwijt, maar op jonge leeftijd werden de twee aderen naar zijn ballen afgeknepen met gereedschap dat iets weg heeft van een nijptang. Ierland exporteert enorme hoeveelheden rundvlees naar andere Europese landen, allemaal os. En staarten zat daar, heel Europa kan ossenstaartsoep maken.

Of het echt uitmaakt of de bouillon getrokken wordt van een ossen- of koeienstaart zou ik niet weten, wel dat het een staart moet zijn. Maar Honig heeft geen idee. Het poeder uit het pakje dat water in een pan in bouillon moet veranderen is niet van de staart van een koe of een os, maar van soja. Tweetiende procent van de plas op je bord die je onder het lekker bijpraten samen moet zien weg te lepelen, bestaat uit rundvleespoeder en er zit ook nog eens vierhonderdste procent rundvleesextract in, dus zo goed als helemaal niks.

Knorr (Unilever) kondigde vorig jaar aan betere soepen in pakken en zakken te gaan aanbieden aan luie consumenten. Honig (Heinz) begint er niet aan. Een artikel in deze krant net voor het grote eetfeest van december, over de zegeningen van de kant-en-klaarindustrie, veroorzaakte tumult onder culinairen. Door de praktijken van Honig krijgen kwaaie koks die van geen pakjessoep willen weten nog altijd het grootste gelijk.

Intussen kan ik te meer getuigen van een apparaat voor het aartsluie koken.

Neem een elektrische rijstkoker of een zogenoemde slow cooker. Doe er een ossenstaart in stukken in, met wat kruiderij, uien, tomaten of zo, maar ook een plens water. Zet het apparaat op ‘warm houden’ en kijk er lang, een dag en een nacht minstens, niet meer naar om. Het gaat vanzelverder dan de loze ossenstaartsoep van Honig. Maar de mijne smaakt.

Wouter Klootwijk