E-mailtaal

Toen in de laatste decennia van de vorige eeuw het digitale schrijfgereedschap gemeengoed begon te worden, heb ik me afgevraagd of de computer ook invloed zou hebben op de aard van het schrijven. Op de snelheid, woordkeus, opbouw van de zin, de verhouding tussen de schrijver en degene(n) tot wie zijn woorden gericht zijn. Zou Madame Bovary een ander boek zijn geworden als Flaubert met een laptop had geschreven? Ik had toen een tentoonstelling van zijn manuscripten gezien. Hij schreef met de pen in een uiterst leesbaar handschrift en liet een ruime kantlijn over. Was de eerste versie van het manuscript klaar dan kwamen de correcties. Soms een kwart pagina extra in de marge. Van enige afstand zag dit geheel eruit als een grafisch kunstwerk.

Ook het schrijven met de oude mechanische schrijfmachine laat nog persoonlijke sporen achter. Je zult er niet op tikken zoals Flaubert schreef, maar het beschreven papier vertelt hoe hard je op de toetsen hebt gedrukt, geslagen. De achterkant van de brieven en andere geschriften van W.F.Hermans voelen als een zachte rasp. Dat komt doordat hij van alles wat hij schreef een doorslag bewaarde. Een doorslag? Ja, achter het eerste vel papier een velletje carbon (een dun soort papier, aan de ene kant zwart glanzend, aan de andere kant dof) en daarachter het blanco papier waarop dan de kopie, de ‘doorslag’ verscheen.

Met het verschijnen van de elektrische schrijfmachine zijn de sporen van lichaamskracht verdwenen. Maar het ging daarmee als met de gaslantarens in Londen. Even hypermodern en toen definitief achterhaald.

Daar kwam de laptop, met telkens weer een nieuw programma. Toen de whizzkids van Bill Gates het programma ontwierpen waarmee dit stukje wordt geschreven, Vista, hadden ze een inzinking. Daarna hebben ze weer iets veel beters verzonnen. Niettemin kun je er creatief op tekeer gaan tot je groen en geel ziet. Tientallen lettertypen, van 8 tot 72 punts, cursief, vet, onderstreept, in allerlei kleuren, desnoods verkeerd ingesprongen, met drie regels tussenruimte op een gekleurde achtergrond. Ik begrijp niet waar het goed voor is, maar het staat in de ‘werkbalk’. Deze geautomatiseerde creativiteit laat geen spoor meer achter. Geef me een kroontjespen, denk je. Maar als die wens wordt vervuld, wil je je laptop terug.

En nu Facebook, de uitvinding van de geniale, nu 26-jarige Amerikaan Mark Zuckerberg, die het je mogelijk maakt je vriendenkring tot desnoods 550 miljoen uit te breiden. Je stuurt elkaar je portretje, een leuk biografietje en voor je het weet heb je tienduizend vrienden over de digitale vloer, om te beginnen. Theoretisch ben ik wel nieuwsgierig, maar praktisch durf ik Facebook niet eens aan te klikken, vooral niet nu daar grote bankiers en de reclame hun intrede hebben gedaan en een beursgang overwogen wordt.

Terwijl de techniek onstuitbaar vordert, wordt de taal van degenen die zich daarvan het liefst bedienen steeds eenvoudiger. Denk ik, want met de laatste verworvenheden van de vooruitgang heb ik geen ervaring. Wel met e-mail. De eerste mails waren nog min of meer opgebouwd als de brieven die je met de hand schreef. Dat is daarna snel veranderd. De taal is sneller, directer, informeler, platter, joliger, met meer leuke en kwaadaardige bedoelingen geworden. E-mail-Nederlands. Schrijf er eens een creatief, hypergecorrigeerd boek over.