Doemscenario's over de euro zijn achterhaald

Europa zal er zwaar onder lijden als Duitsland zijn export vermindert, betoogt Melvyn Krauss. De zuidelijke landen doen het helemaal niet slecht.

Weet u nog dat het argument van de ‘ontkoppeling’ – dat de economische teruggang in Amerika niet van invloed op Europa zou zijn – veel gehoord werd in Europa?

Wat een onzin bleek dat te zijn.

Toen de financiële crisis toesloeg, ging Amerika onderuit en volgde Europa. Even grote onzin is het nieuwe argument van een ontkoppeling in een ‘Europa van twee snelheden’, op grond waarvan inmiddels alom wordt geoordeeld dat de euro het niet zal kunnen redden.

Ja, Duitsland en Nederland doen het goed – maar de rest van Europa zit in de puree en zal daar ook niet meer uitkomen. De spanningen die hieruit voortvloeien zullen de euro kapotmaken, zo is de veronderstelling.

Maar het nieuwe jaar heeft een scala van nieuwe economische gegevens opgeleverd en daarmee rijst ernstige twijfel aan de geldigheid van die populaire stelling van het ‘Europa van twee snelheden’. Ook al blijft Duitsland de motor van het recente Europese herstel, de Purchasing Managers Index (PMI) van december toont een brede groei van de industriële productie in de eurozone, inclusief verbeteringen in de perifere economieën van Ierland, Portugal, Spanje, Griekenland en Italië.

Doordat de PMI een beeld geeft van de plannen van inkoopdirecteuren, is het een van de weinige toekomstgerichte economische indicatoren – en daarmee onze belangrijkste graadmeter van de wijzigingen die in de industriële productie te verwachten zijn.

Zo ging de PMI-index voor de productie in Ierland in december bijvoorbeeld van 51,2 naar 52,2 en steeg daarmee al voor de derde maand achtereen (boven de 50). Essentieel is dat de stijging vooral te danken was aan exportorders.

Zou dit echt iemand mogen verbazen? We leven tenslotte in een tijd van ongekende mondiale onderlinge afhankelijkheid en de geschiedenis van de Europese recessies leert dat eerst Duitsland zich herstelt, waarna de anderen volgen. De gegevens zijn alleen maar een bevestiging van het gezond verstand, economische kennis en historische tendensen.

Herstel in Europa verspreidt zich vooral door de internationale handel.

Uit de cijfers van december blijkt dat de productie in de eurolanden aan de buitenrand overal steeg dankzij de export, behalve in Griekenland, maar daar verliep in elk geval de achteruitgang trager. Naarmate de Duitse economie versnelt, zal de vraag naar invoer uit alle hoeken van de eurozone toenemen.

Het verwijt dat de Duitse export ‘anti-Europees’ is, in de zin dat de opbrengst in Duitsland opgepot blijft, wordt door de laatste PMI-gegevens ontkracht. Op den duur leidt Duitse export naar buiten de eurozone – Azië en de Verenigde Staten – wel degelijk tot export uit de perifere landen naar Duitsland en de rest van Europa.

Het zuiden heeft hier wel baat bij en de euro hoeft niet per se te versplinteren.

Toch willen de aanhangers van het ‘Europa van twee snelheden’ dat Duitsland zijn economie meer richt op de binnenlandse consumptie dan op de export, omdat dit economisch zo veel beter voor het zuiden is.

Dit beleidsrecept is even krom als het argument van de ontkoppeling en het naïeve Keynesianisme dat erachter schuilt.

Alle Europeanen zouden eronder lijden – en zwaar onder lijden – als Duitsland de kip met de gouden eieren zou slachten door zijn exportproductie te verminderen. Dat zou net zoiets zijn als Luciano Pavarotti die een carrière als jockey was begonnen. De belangrijkste boodschap van de nieuwe economische gegevens is misschien wel dat de Duitse – en Nederlandse – export de Europese ‘gouden kip’ zijn.

Natuurlijk geven de cijfers van één maand niet meteen een trend aan en zullen we moeten afwachten of de komende maanden bevestigen wat we in december hebben geleerd. Intussen zijn de PMI-cijfers van december het beste nieuwjaarsgeschenk waarop Europa had mogen hopen.

Meneer en mevrouw Europa – gooi uw euro’s nog maar even niet weg.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut van Stanford University. Hij verblijft vaak in Amsterdam en was voorheen hoogleraar economie aan New York University.