Deze ramp kan zo weer gebeuren

De Amerikaanse commissie die de olieramp onderzoekt, zegt dat de hele sector kampt met behoorlijke problemen.

Het toezicht zou moeten worden verscherpt.

A hard hat from an oil worker lies in oil from the Deepwater Horizon oil spill on East Grand Terre Island, Louisiana in this June 8, 2010 file photo. REUTERS/Lee Celano/Files To match Special Report BP/COSTS (UNITED STATES - Tags: DISASTER ENERGY ENVIRONMENT BUSINESS) REUTERS

De olieramp in de Golf van Mexico is het gevolg geweest van „systemische fouten” bij het Britse olieconcern BP, bij andere betrokken bedrijven en ook bij de Amerikaanse toezichthouder.

Dat concludeert de commissie die vorig jaar door de Amerikaanse president Obama is aangesteld om de oorzaken van de olieramp te onderzoeken. Gisteren heeft de commissie alvast één hoofdstuk vrijgegeven van het eindrapport dat volgende week in zijn geheel verschijnt.

Het nu gepubliceerde, 48 pagina’s tellende hoofdstuk is in meerdere opzichten opmerkelijk. Zo richt de commissie zich uiteindelijk niet alleen op BP en zijn onderaannemers Transocean en Halliburton, maar op de oliesector als geheel.

Eerst somt de commissie de talrijke, en soms moeilijk te vatten, fouten op die de drie bedrijven hebben gemaakt in aanloop naar de ramp op 20 april 2010, waarbij elf mensen om het leven kwamen. Maar uiteindelijk concludeert de commissie dat dienstverleners als Transocean en Halliburton „veel bedrijven in de industrie dienen”.

Kortom, de problemen zijn wijdverspreid. En daarom kan een soortgelijke ramp net zo goed weer een keer gebeuren. Mits de industrie haar praktijken en de toezichthouder zijn beleid „significant hervormt”.

Daarmee geeft het rapport politieke munitie aan president Obama om strengere regels op te leggen en om de groeiende druk van de oliesector te weerstaan. Deze week nog pleitte die industrie nadrukkelijk voor hervatting van olieboringen in diepe Amerikaanse wateren. Volgens de industrie zijn de veiligheidssystemen inmiddels op orde.

Het vrijgegeven hoofdstuk is om nog een andere reden opmerkelijk. In september concludeerde BP in een eigen onderzoek dat vooral andere bedrijven schuld hadden aan de ramp – een conclusie die volgens velen was bedoeld als materiaal bij de verdediging in de vele rechtszaken die BP gaat voeren. Maar volgens de commissie treft BP ten minste evenveel blaam als Halliburton en Transocean. Zo niet meer. Op pagina 38 somt de commissie negen cruciale fouten op; in zeven gevallen lag de verantwoordelijkheid bij BP.

Verder blijft de verbazing en het ongeloof over wat er allemaal is fout gegaan, hoe vaak er ook al over is geschreven. Zoals de miscommunicatie tussen de bedrijven onderling en tussen divisies binnen de bedrijven.

Zo had Transocean op 23 december 2009 bijna een explosie op een boorplatform in de Noordzee. Er gingen dingen mis die zich vier maanden later in de Golf van Mexico herhaalden, dit keer wel met fatale gevolgen. Waarom was de bemanning van de Deepwater Horizon hiervan niet op de hoogte gesteld? Dan had de ramp wellicht voorkomen kunnen worden.

Nog een voorbeeld. Halliburton koos een bepaald soort cement voor het afdichten van de onderkant van de pijpleiding, op bijna zes kilometer onder de zeebodem. Twee tests hadden echter uitgewezen dat het cement op die diepte onstabiel zou worden. Toch hield Halliburton vast aan dit cement. Waarom?

En zo maakten BP-managers voortdurend verkeerde inschattingen, over soms toch hele basale dingen. Op 20 april, in de vroege avond, werd een test uitgevoerd om te kijken of de pijpleiding goed was geplaatst, en het cement de pijp van onderen goed afdichtte. De test wees op een opvallend hoge druk, normaal een aanwijzing dat er iets goed fout is. Toch werd om precies acht uur besloten dat er niks ernstigs aan de hand was. Een uur en 49 minuten later volgde de eerste explosie.

Eerder is gesuggereerd dat bij BP een cultuur heerste om vooral haast te maken met projecten, en zo tijd en geld te sparen, ook al gaat dat ten koste van de veiligheid. Hierover laat de commissie zich niet uit. Bedrijven zijn altijd uit op kostenbesparing, schrijft ze. Maar dan moeten de gekozen alternatieven wel even veilig zijn. Bedrijven moeten strikte regels hebben om dat vast te stellen. „Of BP zulke regels hanteerde, is niet duidelijk”, schrijft de commissie. „Het lijkt er niet op dat het Macondo-team ze gebruikte.”

Daarmee kritiseert de commissie ook de toezichthouder. Die moet de veiligheid garanderen. Maar het toezicht heeft hier gefaald. Wegens een schrijnend gebrek aan personeel en kennis.