De mooiste fictie onder de hemel

Een eeuw geleden hoopte de Franse schrijver Victor Segalen te zien hoe in China het dagelijks leven in het bovennatuurlijke overging. Veel is herkenbaar, aldus Ronald Havenaar.

Victor Segalen: Brieven uit China. Vertaald, geannoteerd en van een nawoord voorzien door Maarten Elzinga en Mark Leenhouts. De Arbeiderspers, Privé-domein, 362 blz. € 29,95

Met de opkomst van China als grote mogendheid neemt de belangstelling voor de Chinese geschiedenis toe. De uitgave van Brieven uit China van de Franse schrijver Victor Segalen (1878- 1919) komt op een goed moment. Honderd jaar geleden maakte hij een reis te paard door de Chinese binnenlanden. Het zijn de nadagen van het oude China, kort voordat in 1911 de revolutie uitbreekt die het keizerrijk ten val brengt en het land in een burgeroorlog stort die pas in 1949 met een overwinning van het communisme eindigt.

In de brieven aan zijn vrouw Yvonne toont Segalen zich een scherp en gevoelig waarnemer met een sierlijke pen. In gezelschap van zijn gefortuneerde vriend Augusto, een flinke collectie bedienden en een aantal zwaar bepakte muilezels sjokt hij een half jaar rond door het inheemse China, zorgvuldig observerend en noterend. We leren via zijn indrukken een wereld kennen die niet meer lijkt te bestaan – of voor een deel toch nog wel? Segalen wil het specifieke karakter ontdekken dat China in de geschiedenis van duizenden jaren heeft ontwikkeld.

Er is een route uitgestippeld die zorgvuldig de kustgebieden mijdt, want die zijn al verziekt door westerse invloeden. Zo is Shanghai in de ogen van Segalen dan al een nietszeggende stad, vol van ‘amerikanisme’. In zijn afkeer van de westerse penetratie maakt hij overigens geen onderscheid tussen Yankees en Europeanen: ‘overal waar Europa zijn bastaardproducten heen sleept, begint de verloedering’.

Veel tijd wordt ingeruimd voor bezoeken aan keizerlijke graven, pagodes en andere heilige plaatsen. Soms stuit het gezelschap op moeilijkheden die een nog altijd interessante blik bieden op de eigenaardigheden van de Chinese afweerhouding. Aangekomen bij het gebouw van de Keizerlijke Academie laat een nabij wonende geleerde de poort zien, die naar zijn zeggen niet open kan. Daar dit toegangshek echter vijftig centimeter boven de grond hangt, is er een mogelijkheid om er onderdoor te kruipen. Als Segalen laat weten van deze sluiproute gebruik te willen maken, volgt een plotselinge ommekeer: de poort gaat open en er wordt zelfs thee geserveerd. De geleerde verklaart zijn eigen gedrag als volgt: zijn eerste reactie was puur Chinees en gebaseerd op ongeloof dat de vreemdelingen zouden doorzetten. Toen hij zag dat het menens was, vreesde hij ‘gezichtsverlies’ en besloot de poort te openen.

Dit patroon doet sterk denken aan de politiek van het huidige Chinese regime in de verhouding met de Verenigde Staten. Aanvankelijk houdt men voet bij stuk om vervolgens, als duidelijk wordt dat de andere partij niet inbindt, plotseling van houding te veranderen. Gedragscodes met een lange traditie zijn ook na meer dan een halve eeuw communistisch bewind te taai om te zijn uitgewist.

Leerlingtolk

Victor Segalen was marinearts. Nadat hij tijdens zijn officiersopleiding een examen Chinees had afgelegd, kreeg hij het recht vrijwillig gedetacheerd te worden als leerlingtolk. Daar maakte hij gebruik van toen hij in 1909 voor het eerst naar China reisde, een land waar hij tot zijn dood tien jaar later voor langere periodes bleef terugkeren. Uit de brieven aan zijn vrouw blijkt dat zijn tocht te paard ook de eerste etappe is van een literair project. Onderweg heeft hij met zijn vriend Augusto gesprekken over literatuur. Hij schrijft prozaflarden die hij in zijn brieven verwerkt.

Als schrijver is hij vooral geïnteresseerd in de overgang van het dagelijkse bestaan naar het bovennatuurlijke. Het contact met de Chinese cultuur moet inzicht geven in het mysterie van het duizenden jaren oude Chinese imperium. Vooral de keizer, Zoon van de Hemel en Meester van Duizenden Jaren, heeft grote aantrekkingskracht. Segalen ziet in hem de intermediair tussen de gewone mens en het onkenbare dat voorouderlijk, legendarisch en exotisch is. De keizerlijke mythe is een ideale bron van literaire inspiratie. De Chinese monarch is, in zijn eigen formulering, ‘de mooiste fictie onder de hemel’.

In de Brieven uit China is al de thematiek te herkennen van de roman René Leys, het belangrijkste werk van Segalen dat pas in 1922, na zijn dood, is gepubliceerd. Dit werk laat zien hoezeer politiek voor deze schrijver een kwestie van esthetica, zo niet van metafysica was. Hij schreef deze roman kort nadat in 1911 de revolutie uitbrak en hij laat zijn hoofdpersoon fulmineren tegen de republikeinse opstandelingen van Sun-Yatsen, die in de ogen van Segalen importeurs zijn van de universele waarden van 1789.

De schrijver maakt in de roman een ondubbelzinnige keuze voor de continuïteit van het keizerrijk en is gefascineerd door de mystiek van de Verboden Stad, waar het imperiale paleis is gevestigd. De figuur van René Leys heeft in de roman toegang tot deze plaats en moet voor de romanschrijver de vraag beantwoorden in hoeverre dit heiligdom uit schijn dan wel uit realiteit bestaat.

Mythe

Segalen lijkt zich in zijn werk op te werpen als pleitbezorger van het culturele differentialisme. Hij is in zijn fascinatie voor diversiteit en voor het ‘Andere’ enigszins vergelijkbaar met zijn Nederlandse tijdgenote Carry van Bruggen, die in haar Prometheus (1919) verschillen en contrasten tot de essentiële elementen van het menselijk bestaan bestempelde. Maar de roman René Leys maakt duidelijk dat de preoccupatie met de Chinese authenticiteit bij Segalen op meer berust dan alleen een passie voor het authentieke. De mythe van het duizenden jaren oude rijk biedt hem de mogelijkheid feit en droom te versmelten tot een literaire creatie.

Het is jammer dat vertaler Maarten Elzinga in zijn nawoord over leven en werk van Segalen geen melding maakt van René Leys, waarvan in 1988 een Nederlandse editie verscheen in de vertaling van Nelleke van Maaren. Enige aandacht voor deze roman had te meer voor de hand gelegen omdat de vermaarde Segalen- kenner Simon Leys, die met zijn Chinese schimmen tijdens de jaren zeventig in Nederland middelpunt werd van een publiek debat, zijn schuilnaam (in werkelijkheid heet hij Pierre Rijckmans) ontleende aan de titel van dit werk. Deze Belgische sinoloog kritiseerde in Chinese schimmen Mao’s Culturele Revolutie, in zijn ogen een aanval van politieke barbaren op de oude Chinese cultuur die door Segalen was bezongen.

Maar deze enkele aanmerking op een overigens informatief nawoord doet niets af aan de waarde van deze uitgave. Brieven uit China is een fraaie introductie tot de literaire thematiek van Segalen. Ze bieden vooral een prachtig reisverslag en een kennismaking met Chinese gedragscodes die nog altijd herkenbaar zijn.