De lessen van Moerdijk

De indrukwekkende brand op het industrieterrein in Moerdijk heeft geen directe slachtoffers opgeleverd. Dat is de belangrijkste gevolgtrekking, twee dagen nadat deze vuurzee voor apocalyptisch ogende beelden had gezorgd. Of de brandbestrijding ook een vlekkeloos verloop heeft gekend, is een tweede. Daarover hebben diverse deskundigen hun twijfels. Nader onderzoek, onder meer van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, zal daarover duidelijkheid moeten bieden. Dat zal nog wel geruime tijd in beslag nemen. Ook het gevoerde crisisbeleid, met haperende websites en rampenzenders, verdient evaluatie.

Zeker zo belangrijk is de vraag naar de preventiemaatregelen. Gelet op het feit dat de brand heeft kunnen ontstaan, met een nog niet vastgestelde oorzaak, moet worden vastgesteld dat die blijkbaar niet afdoende waren. Dat roept de scherpe commentaren in herinnering van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen. Nog in april 2010 trachtte deze raad regering en parlement te alarmeren met de constatering dat het veiligheidsbeleid in Nederland te theoretisch is en zo leidt tot „schijnveiligheid”. In het dichtbevolkte Nederland hebben activiteiten met gevaarlijke stoffen vaak dichtbij de bevolking plaats, maar de risicoberekeningen kennen volgens de adviesraad „ernstige tekortkomingen”.

In dit verband is ook de les die brancheorganisatie VNCI (Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie) uit de brand trekt, relevant. Zij meent dat op industrieterreinen waar chemische bedrijven zijn gevestigd, geen andere bedrijven zouden moeten staan. Bij de brand in Moerdijk gingen opslagloodsen van scheepsmotorenfabriek Wärtsilä ook in vlammen op, terwijl een andere buurman, ATM (Afvalstoffen Terminal Moerdijk), een bedrijf met chemische kennis in huis, juist gespaard bleef.

De brand in Moerdijk maakt ook duidelijk dat verzuchtingen in het bedrijfsleven over bureaucratische bemoeienissen van overheidsorganen lang niet altijd gerechtvaardigd zijn. Het schrappen van regels, ook gepropageerd door het huidige kabinet, klinkt soms stoerder dan het is. Ook al leidt elke inspectie uiteindelijk tot slechts een momentopname, bedrijven als het nu afgebrande Chemie-Pack, waar dagelijks tientallen riskante stoffen langskomen, dienen aan strikte en permanente controles te zijn onderworpen – al blijft het uiteraard de verantwoordelijkheid van bedrijven zelf dat zij zich aan de regels houden.

Intussen is de vraag wat de gevolgen van de brand voor de volksgezondheid op langere termijn zijn. Hoeveel latente slachtoffers zijn er? Welke stoffen hebben lucht, grond en water bereikt? Na hun natuurlijke reflex om paniek onder de burgers te voorkomen, moeten de betrokken overheden nu voor optimale duidelijkheid zorgen. De bevolking heeft uiteindelijk meer aan de waarheid dan aan sussende woorden.