De kok kiest tussen haar man en haar eten

Anjet Daanje: Delle Weel. Thomas Rap, 528 blz. € 19,90

Anjet Daanje is een gewetensvol auteur. Schrijft zij over een meedogenloze seriemoordenaar, zoals in Suikerbeest (2001), dan krijg je bloed te zien, veel bloed. Schrijft zij over het restaurantwezen, zoals in Delle Weel, haar nieuwe roman, dan gaat het uitgebreid over patrijs en kwartel, krabtaartje en kalfsfond, duif met gember-pepersaus en gegrilde kalfslende met risotto.

Anders dan Het diner van Herman Koch speelt Delle Weel zich niet af in één chic restaurant, maar op verschillende plekken. En anders dan bij Koch ligt bij Daanje het accent niet op de eters en hun gesprekken, maar op het reilen en zeilen in en om de keuken en op de bijkomende menselijke verhoudingen. In het eerste hoofdstuk maken we kennis met Delle Weel, de flamboyante chefkok van restaurant Dellecieus, die graag met pannen en borden smijt. Zij blijkt de hoofdpersoon te zijn in een populaire televisieserie. Samen met echtgenoot Selwyn bestiert zij een restaurant dat zich in zwaar weer bevindt. Het zal failliet gaan tenzij ze zich laten overnemen door een concurrente. Selwyn drukt de overname door, omdat er nu eenmaal niets anders op zit, maar Delle voelt zich bedrogen. Zij wordt heen en weer geslingerd tussen liefde voor haar man en liefde voor haar eigen gerechten. Moet zij voor hem kiezen of voor zichzelf?

Dit dilemma en de bijbehorende onvrede zie je in de roman ook bij de andere figuren terug. Zo is er de scenarioschrijfster, de bedenkster van de avonturen van Delle, die worstelt met de vraag hoe ze moet leven. Mag ze zich verschuilen achter haar woorden, of moet ze om leren gaan met echte mensen? De actrice die de rol van chefkok vervult, twijfelt ook. Is het voldoende dat zij rollen speelt, of moet ze zelf ook nog iemand zijn?

Door de hele roman heen zie je het spel met waarheid en verbeelding. Is Delle minder echt omdat ze maar een tv-personage is? Of is zij voor de tv- kijker juist veel echter dan de onzichtbare scenarioschrijfster die haar heeft verzonnen? Mag een actrice haar eigen leven mooier maken dan het is? Veel vragen, geen antwoorden. Voor ons, lezers, maakt het niet uit. Voor ons zijn alle romanfiguren even echt of verzonnen. Wij zien alleen het veelstemmige perspectief, waardoor allerlei episodes uit de roman van verschillende kanten worden belicht. Dat levert soms interessante overwegingen op, maar soms ook wel veel omslachtig geredeneer. ‘Taal is uitgevonden om de kloof te dichten’, denkt de scenarioschrijfster. ‘Maar de brug is smal en gammel, op ieder beproefd woord ontbreken er een stuk of duizend waardoor er verraderlijke gapende gaten in de overspanning vallen.’

Het is opvallend hoeveel gaten er in die overspanning zitten, in een roman die uit zoveel duizenden woorden bestaat. Er wordt eindeloos gepiekerd en nagedacht, maar verder veel gezwegen, zodat de misverstanden zich flink opstapelen. Die misverstanden doen wat kunstmatig aan, want voor de lezer die alle gedachtengangen krijgt voorgeschoteld, is het wel duidelijk hoe het zit tussen de chefkok en haar maître, of tussen de actrice en haar man. Ergens halverwege begint het besef te dagen dat de televisieserie ter ziele zal gaan. Maar dan hebben we nog wel ruim tweehonderd vlakke, onpersoonlijke bladzijden te gaan. De scenarioschrijfster spreekt, denk ik, namens haar geestelijke moeder als ze haar voorkeur uitspreekt voor de eindeloze nuance, voor wat ze ‘grijstinten’ noemt.

Daanje laat haar verhalen naar alle kanten uitwaaieren: veel personages, veel verwikkelingen, veel grijstinten. Het doet me terugverlangen naar het rood van Suikerbeest, haar thriller van tien jaar geleden: compact, doeltreffend en spannend van begin tot eind.