De kleine 'wisselpandjes' op de Lijnmarkt zijn opnieuw de klos

Voor nieuwe winkeltjes op de Lijnmarkt kwam het economisch herstel te laat. Toch is de makelaar niet bang voor langdurige leegstand.

Nederland, Utrecht, 07-01-2011, Leegstand op de lijnmarkt in Utrecht. foto Michael Kooren. Michael Kooren/

„Ik heb geen energie meer”, verklaart Corrie Scherpenisse van bonbonzaak La Chiara Cioccolata. Haar avontuur in de Lijnmarkt duurde iets meer dan een jaar. In oktober 2009 opende ze haar winkeltje op nummer 14 en nu al sluit ze het.

Het kwam door een raam. Scherpenisse liet afgelopen zomer een openslaand raam in de gevel zetten, nog voordat de bouwaanvraag was goedgekeurd. Door dat raam kon ze ijs verkopen aan klanten op straat. „Ik was naïef. Maar als ik op de vergunning had moeten wachten, was het ijsseizoen voorbij. Ik ben alleen rendabel mét ijsverkoop.” Maar het raam, dat te laag naar de straatkant openklapt, mocht toch niet van de gemeente. „En binnen verkopen gaat niet in het smalle pand, dat wordt dringen bij de ingang.”

Scherpenisse gaat zich nu weer richten op het andere deel van haar werk: online verkoop van bonbons en relatiegeschenken. Moed om een rechtszaak aan te spannen heeft ze niet, dus is de winkel per 1 januari dicht. „Direct hing de gemeente aan de telefoon: waarom blijf je niet open? Ja, wat denk je?” Wel moet ze tot 1 oktober huur betalen. Ze hoopt dat de gemeente zich bedenkt of dat ze voor die tijd een andere huurder vindt.

Ze is niet de enige die vertrekt. Makelaar Van Rossum, die het merendeel van de panden in de Lijnmarkt verhuurt, heeft volop werk in de straat. Kledingzaak Marlboro Classics Store op nummer 20 is, na een herstart afgelopen herfst, toch failliet, tassenwinkel Bag-It op nummer 44 houdt er mee op en het pandje van acupuncturist dokter Su op nummer 18 is in stille verhuur.

Officieel is de Nederlandse economie herstellende. Uit de laatste cijfers van het CBS, van het derde kwartaal van 2010, blijkt dat de detailhandel na zes kwartalen krimp wat meer omzet haalde: een voorzichtige 1,5 procent stijging ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Maar op de Lijnmarkt vallen nu klappen. Voor winkels die het al zwaar hadden, duurde het herstel te lang.

Engeline Stalenhoef van tassenwinkel Bag-It redde het ook niet. In de etalage van haar winkel staat een bord ‘Te Huur’ van Van Rossum makelaars. „Het werd wel een hele dure hobby”, zegt ze. Ze verkocht in 2010 te weinig tassen om haar zaak rendabel te maken. „Het was een combinatie van het verkeerde product in de verkeerde tijd. Mensen kopen nu geen luxe tassen.”

Ze wil thuis voor haar twee jonge kinderen gaan zorgen. Ze moet nog wel twee jaar huur opbrengen. Daarom houdt ze de winkel open, totdat er een huurder is gevonden die haar contract overneemt.

Stalenhoef zit, net als Scherpenisse en dokter Su, in één van de bekende ‘wisselpandjes’ in de straat. Dat zijn een paar pandjes aan de oostkant van de straat die om één of andere reden al vaak van huurder zijn gewisseld. Waarschijnlijk omdat ze te weinig vloeroppervlak hebben om een grote omzet te kunnen maken en omdat de huur te hoog is.

Stefan Langerak van Van Rossum makelaars probeert nu huurders voor die panden te vinden. Hij heeft „ruime keuze” aan belangstellenden, zegt hij. De grotere Marlboro Classics winkel verwacht hij „binnen een week” te hebben verhuurd.

Het lot van de tassenwinkel verbaast Langerak niet in deze moeilijke tijd. Ook hij zegt: verkeerd product voor deze tijd. Wel is hij verrast door het sluiten van de bonbonwinkel, omdat die het met ijsverkoop wel kon redden. Langerak: „Ik wil nog wel uitzoeken hoe het zit met het raam, voor de volgende huurder.”

En dokter Su die een jaar lang riep dat de zaken geweldig liepen? Hij heeft plannen zich in een andere stad te vestigen. „In Utrecht zijn te veel acupuncturisten”, zegt hij aan de telefoon. Hij benadrukt dat zijn zaak voorlopig nog open blijft. „Het is heel moeilijk een andere huurder te vinden.”

Voor de rest is het straatbeeld in de Lijnmarkt nog hetzelfde als vorig jaar. Geen grote ketens die zich hebben gevestigd in de straat, geen langdurige leegstand. Youssef Milad van de Egyptische kunstwinkel Samira zit ook nog steeds op zijn vaste plek achter de toonbank. De laatste maanden van 2010 trokken de zaken weer aan, zegt hij. Met de reisactiviteiten heeft hij de achterstand die hij dit jaar opliep, weer wat ingehaald. „Maar niet alles.”

2008 en 2009 waren de recessiejaren, maar in die jaren verkocht hij juist goed. „In 2010 denk je dat je hetzelfde gaat verkopen. Maar je moet nooit denken dat je alles voor elkaar hebt. Je kunt altijd zakken. Je mag nooit vergeten dat je ondernemer bent.” 

Wolwinkel Modilaine, die al dertig jaar aan de Lijnmarkt zit, heeft ook deze crisis weer overleefd. Het gaat zelfs heel goed met de zaak. Johan Aikema: „Gouden tijden. Vanaf 2000 ging het langzaam omhoog, en sinds 2005 hebben we er weer een salaris uit”.