De criticus tussen Facebook en bushokje

De kritiek bloeit. Binnen zes weken naar verschijning van Freedom van Jonathan Franzen stonden zeshonderd recensies op amazon.com, aldus de boekenbijlage van de New York Times. Nooit was recenseren zo eenvoudig: één Facebook-muisklik is genoeg om ‘Dit vind ik leuk’ te zeggen. Volwaardige literaire kritiek is dat niet, vond de krant, die zes critici vroeg om ‘uit te leggen wat ze doen, waarom ze het doen en waarom het belangrijk is’.

Critici die over kritiek schrijven – ik maakte me op voor sombere stukken over de dood van de kritiek (niemand luistert nog!), ruimtegebrek (boekenbijlages verdwijnen!) en wereldvreemdheid (stijl is alles!) met uitlopers naar het algehele verval van de cultuur (de iPad is van de duivel!). Maar nee: slechts één criticus schreef over de dood van de kritiek (inderdaad, de academicus) en één collega meldde een tikje blasé dat hij weliswaar over romans schreef, maar zich niet als criticus beschouwde (juist, de romanschrijver van het gezelschap). Verder las ik een reeks opgewekte essays. Over hoe de droomtheorie van Freud iemand deed inzien dat er toch méér over Anna Karenina te zeggen is dan er in de tekst staat, over het nut van de negatieve recensie, over hoe een zelfbewuste criticus kan tonen dat we méér zijn dan consumenten, over de het verdwijnen van saaie stukken ‘die bestemd lijken voor iemand die opgesloten zit in een bushokje tijdens een wolkbreuk in, zeg 1953’.

En geïnspireerde stukken over kritiek zijn óók altijd geïnspireerde stukken over literatuur, waarmee ze zich onderscheiden van moeizame academische deconstructiepogingen en van babbelstukjes met een handvol ‘sterren’ of ‘ballen’ in de kantlijn – om de twee uitersten van het spectrum even te noemen. ‘De hedendaagse criticus moet een evangelist zijn’, schrijft Sam Anderson, ‘impliciet of expliciet – niet voor een bepaald boek of een bepaalde schrijver, maar voor de literaire ervaring zelf’.

Had ik dat maar via Facebook gelezen in plaats van op nytimes.com, dan had ik er mijn eerste ‘Dit vind ik leuk’-duimpje van 2011 bijgezet.