Dan trekt Rebecca alles uit

Steve Michiels: Burgerlijke schemering. De Harmonie, 160 blz. € 17,90

De fase die we burgerlijke of civiele schemering noemen, begint zodra de zon onder is en eindigt als de zon zes graden achter de horizon is gezakt. Daarna volgt de nautische schemering (die is wat donkerder) en uiteindelijk de astronomische schemering (echt heel donker).

Waarom de Vlaamse cartoonist Steve Michiels zijn eerste lange strip Burgerlijke schemering heeft genoemd, is een van de weinige zaken die de auteur niet zelf verklapt. Als experiment of grapje laat Michiels zijn hoofdpersonage achter in de strip in een lange lap tekst de ontstaansgeschiedenis van het verhaal uit de doeken doen. Zo lees je: ‘Op zaterdag 20 mei 2009 verandert mijnheer Michiels de werktitel „Ladies Night” voorgoed in „Burgerlijke schemering”.’

Het gebabbel is een zwakte: het draagt niet bij aan het verhaal. Maar daarmee is het enige zwakke punt van Burgerlijke schemering genoemd. Want wat is Michiels een virtuoze tekenaar en hoe goed is hij erin geslaagd om een naargeestige avond in Vlaanderen neer te zetten. Meer dan een avond omvat het verhaal niet. Een schemering waarin de hoofdpersoon zijn huis en vrouw verlaat om na een wandeling in de kroeg verzeild te raken. Zo’n kroeg die we boven de rivieren tot nu toe vooral kennen uit het oeuvre van Dimitri Verhulst.

Een tweede verhaallijn concentreert zich rond de vrouw van de hoofdpersoon, die een aantal vriendinnen bij zich thuis heeft uitgenodigd. Een van die vriendinnen, Rebecca, toont op die bijeenkomst het lef om de dodelijke theekransjesconversatie te doorbreken. Ze geeft zich letterlijk bloot, deelt haar verlangen naar een leven met meer lust, meer passie. Ze wordt afgeserveerd, geëxcommuniceerd, de grond in geboord: “Rebecca is dikker geworden” luidt een van de weinige teksten in de strip, uitgesproken nadat ze uit de kring is verwijderd.

De wereld die Michiels schetst, is in meerdere opzichten meedogenloos, gevuld met egocentrische, door primaire verlangens gedreven eenzame individuen. Zijdelings wordt de lezer gewezen op verkrachtingen, roofovervallen en via de televisie zelfs mondiale problematiek zoals de oliecrisis. Nergens velt Michiels een oordeel.

Michiels’ achtergrond als cartoonist is in deze graphic novel goed terug te zien, niet alleen in de ingehouden humor en de lichte hang naar absurdisme, maar vooral ook in de zorgvuldige wijze waarop elke tekening tot stand is gekomen. De keuze om een volle pagina per plaatje in te ruimen is een zeer gelukkige geweest. De lavis (met verdunde inkt geschilderde tekeningen) vallen extra op doordat Michiels het licht in zijn composities fenomenaal beheerst. En hij weet dat ook zelf, waardoor hij het aandurft om vier pagina’s in te ruimen waarop hij alleen het kleine beetje licht tekent dat door gesloten gordijnen een verder donkere kamer binnenvalt.