Bell fijnzinnig in Bruch

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Semyon Bychkov. 6/1 Concertgebouw A’dam. Herh.: 7/1. Radio 4: 16/1, 14.15u. ***

Het was een legendarisch experiment: de wereldberoemde violist Joshua Bell bespeelde zijn Stradivarius op een druk metrostation in New York. Weinigen bleven staan om te luisteren.

Aan Bell lag het niet. Begonnen als wonderkind was hij altijd de frisse jongen onder de internationale sterviolisten, ook muzikaal. Hoewel hij inmiddels 43 is, is die indruk gebleven. Bell realiseerde bij het Concertgebouworkest een tot in de finesses afgewerkte lezing van het Vioolconcert van Bruch. Dat leidde tot wondermooie momenten, vooral in het door het orkest ragfijn uitgesponnen Adagio. Bruch kan óók bloeien en broeien met meer zigeunerachtige rafels, maar hier werd op indrukwekkende wijze gekozen voor welluidendheid.

Het orkest werd geleid door de Russische dirigent Semyon Bychkov, oudere broer van de scheidende Nederlands Philharmonisch-chef Yakov Kreizberg. Bychkov, een kwart eeuw geleden voor het laatst bij het Concertgebouworkest te gast, nam de gecompliceerde taak op zich om Amsterdam voor het eerst sinds vijftien jaar te confronteren met Sjostakovitsj topzware en heterogene Elfde symfonie.

Waarom werd die Elfde door het KCO maar éénmaal eerder gespeeld? De afwisseling tussen extreem symfonisch geweld en ijzige strijkers maakt het werk zeker weerbarstig. Maar Bychkov weet hij hoe zenuwslopend lange lijnen moet spinnen en bracht helderheid in complexe passages.

Hopelijk komt hij vaker terug, opdat hij ook ontdekt hoe zinderend zacht je een orkest in de Grote Zaal kunt laten spelen; nu klonken sommige fluisterstille passages nog vrij robuust, en dan miste je even de Sjostakovitsjstijl van chef-dirigent Mariss Jansons.

Maar dat nam niet weg dat de Elfde ook momenten kende om nooit te vergeten. Zoals daar waar krijsend koper en een voluit rammende, zeskoppige percussiesessie los gingen in het schetsen van massamoord: een schokkende muzikale topattractie.