Wat zit er in de wolk?

Na zeven uur was het vuur in Moerdijk ‘onder controle’.

Een chemisch bedrijf ging in vlammen op, ramen en deuren moesten dicht.

Oranje vuurballen die als paddestoelen uit de grond schieten, afgewisseld met metershoge steekvlammen en harde dreunen. Het lijkt wel oorlog op het industrieterrein van Moerdijk.

Net voorbij Dordrecht kleurt de hemel langzaam maar zeker inktzwart. Hier valt de avond vroeger dan in de rest van Nederland. De immense rookpluim trekt tergend langzaam naar het noordoosten.

Vanaf de brug bij Moerdijk oogt het rampgebied als een in puin geschoten fabriek, die onophoudelijk is gebombardeerd. De vlammen hebben vrij spel. Automobilisten op de A16 minderen vaart, en kijken één voor één omhoog, met als gevolg een kilometerslange file. Op de vluchtstrook rijden de hulpdiensten af en aan: zwaailichten aan, het gaspedaal stevig ingedrukt. Op de radio klinkt de dwingende oproep om deuren en ramen gesloten te houden.

Dichterbij de brandhaard is de hitte voelbaar. De brand heeft ook het aangrenzende pand bereikt, zoveel was al snel duidelijk. Ontploffende vaten zorgen voor een spectaculaire, maar tegelijkertijd beangstigde lichtshow.

Wat gebeurde er?

Om half drie gistermiddag brak er brand uit bij Chemie-Pack, een bedrijf met vijftig medewerkers dat chemische stoffen verpakt. Omroep Brabant, de officiële ‘rampenzender’, meldde dat de brand in de middelste van drie loodsen was ontstaan, de verpakkingsloods. De oorzaak was niet duidelijk. Het bedrijfspand en de loods brandden gistermiddag helemaal af. Zeven naburige bedrijven werden uit voorzorg ontruimd.

De brand ging gepaard met explosies en steekvlammen van ontploffende duizendlitervaten en tanks met 23.500 liter chemisch spul. De politie kondigde de hoogste alarmfase af. Eén geluk: niemand overleed en niemand raakte gewond.

De wind trok de zwarte rookwolken meteen naar het noorden, de naburige ‘veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid’ in. Om tien voor half vier liet de politie in die regio een sirene afgaan in het zuidelijke gedeelte van Dordrecht en de plaatsen Strijen, Strijensas en Mookhoek in de Hoeksche Waard. Inwoners werden door rondrijdende wagens opgeroepen om ramen en deuren te sluiten en binnen te blijven. Uit voorzorg, want welke chemische mix in de wolken zat en hoe schadelijk die is, was toen nog niet duidelijk. Een medewerker van de milieudienst Zuid-Holland Zuid noemde het in ieder geval „een heel nare en vervelende brand, die bij ons alle seinen op rood heeft gezet”.

Zo’n 150 brandweerlieden, van korpsen uit de hele omgeving, rukten uit om te blussen. Ook werden twee ‘crashtenders’ ingezet, blusvoertuigen die doorgaans op luchthavens worden gebruikt. Toch sloeg de brand bij Chemie-Pack in de uren erna over naar het naburige Wärtsilä, dat scheepsmotoren produceert. Ook dat bedrijf brandde af.

’s Avonds half acht leek de brand kleiner te worden en noemde brandweer het vuur „beheersbaar”. Maar om acht uur sloeg het over naar een tweede gebouw op het terrein van Chemie-Pack en laaiden de vlammen weer op. Om 10 uur ’s avonds was het vuur weer „onder controle”.

De brandweer meldde de brand later in de avond in één klap te willen doven met een ‘poederdeken’.

De grote vraag waar omwonenden een antwoord op wilden was: wat zit er in de rookwolken? Crisis.nl en het nationale crisisnummer waren uren onbereikbaar. DCMR, de milieudienst Rijnmond, kreeg tientallen meldingen van mensen die de lucht naar „ziekenhuizen” en „verbrand plastic” vonden ruiken, meldde BN De Stem. Volgens het KNMI zou tot in Utrecht, waar de wolken langzaam heen dreven, stank zijn te ruiken.

Maar RIVM en de brandweer maten gisteravond op de grond geen gevaarlijke concentraties giftige stoffen in de lucht, verklaarde de burgemeester van Moerdijk, Wim Denie. Omdat de wolken hoog in de lucht zaten, werd niet meteen duidelijk hoe schadelijk ze waren. Een woordvoerder: „Het duurt even voordat de deeltjes op de grond zijn.” De politie in Zuid-Holland-Zuid trok het alarm gisteravond in ieder geval nog niet in, maar breidde het ook niet uit naar andere plaatsen.

In Dordrecht brak gisteravond geen enkele paniek uit. In het centrum hing ’s avonds een vage brandlucht. Maar zo licht dat hij zonder de berichtgeving over de brand niet was opgevallen. „Ik heb al die tijd niks geroken”, zei Ben (24), barman van café de Vrijheid gisteravond. Maar om een uur of vijf zag hij wel een duidelijke rookpluim over de stad hangen, zegt hij. En toen heeft hij toch maar de deur van het café op een kier gezet. Die staat normaal helemaal open, ook met dit koude weer.

Er was niet meer of minder aanloop dan anders.

„Bang? Waarvoor?” vroeg Halil (26), in het café. „Oh, die wolk. Ja, we hebben wel de ramen en de schuifjes dicht gedaan. Mijn vrouw is zwanger en we hebben een kleintje. Maar het was al snel duidelijk dat het niet echt gevaarlijk was.”

Franklin (20) voor zijn voordeur: „Ja man, ik was bij een vriend, en ik dacht: je weet maar nooit. Dus ik ben er gebleven, en heb er meegegeten tot de kust weer veilig was. We keken al die tijd naar RTL7.”

De brand had ook enige gevolgen voor het verkeer. Het scheepverkeer in Hollands Diep werd stilgelegd, NS liet geen treinen rijden over de Moerdijkbrug, en de A16 werd later op de avond afgesloten. Maar Schiphol had nergens last van. Wel riep de politie mensen op niet naar de plek des onheils af te reizen.

Op de smalle toegangswegen stonden gistermiddag toch enkele ramptoeristen in de berm toe te kijken vanuit hun auto. Slechts een enkeling waagde zich buiten de veilige beschutting van het eigen voertuig, hoewel de wind in de rug blies: de juiste richting. „Zo, zo, daar is de brandweer nog wel even zoet mee’’, zei een man, nadat hij de vuurzee had bestudeerd. Hij geloofde het wel. „De rest zie ik vanavond wel op tv.”

m.m.v. Carola Houtekamer, Mark Hoogstad, Servaas van der Laan en Hendrik Spiering