Vooral zorg hakt in de koopkracht

Bij Prinsjesdag werd een beleidsarme Miljoenennota gepresenteerd. Geen grote verrassingen op fiscaal en sociaal terrein. Ook al liep het voor de jaarwisseling nog flink op in de senaat.

Nog nooit was er in politiek Den Haag zoveel aandacht voor het jaarlijkse belastingplan als in 2010. Vier dagen voor Kerst dreigde premier Mark Rutte zelfs door de Eerste Kamer van vakantie te worden teruggeroepen vanwege de fiscale voorstellen van het nieuwe kabinet.

De senaat had grote problemen met de belastingplannen in te stemmen. Heikel punt was niet zozeer een majeure wijziging van het belastingregime, als wel de manier waarop het btw-tarief bij de podiumkunsten zou worden verhoogd van 6 naar 19 procent. Middenin het theaterseizoen de spelregels veranderen, kan dat wel, vroeg de senaat zich af.

De btw-verhoging gaat door, zij het met een half jaar vertraging: met ingang van 1 juli 2011 gaat het tarief op toegangskaartjes omhoog van 6 naar 19 procent. Geschatte opbrengst: op zijn hoogst 24 miljoen euro per jaar, ofwel 0,01 procent van de jaarlijkse inkomsten van het Rijk.

Grote fiscale wijzigingen zijn er dit jaar niet, want het nieuwe kabinet trad na Prinsjesdag pas, de dag waarop de begroting voor 2011 wordt gepresenteerd. Het demissionaire kabinet kwam met een ‘beleidsarme’ Miljoenennota.

De vennootschapsbelasting gaat met een half procentpunt omlaag naar 25 procent. Daar tegenover wordt de assurantiebelasting flink verhoogd van 7,5 naar 9,7 procent. Deze belasting wordt geheven over de betaalde premies van verzekeringspolissen. De sigarettenaccijns gaat omhoog met 22 cent per pakje van 19 sigaretten.

De belangrijkste wijzigingen in de sociale zekerheid betreffen de versobering van de Wajong, de uitkering voor jonge gehandicapten, en de verlaging van de kinderopvangtoeslag voor ouders die hun kinderen op een crèche of een naschoolse opvang onderbrengen.

Toch komt de lagere koopkracht voor de gemiddelde burger slechts voor een beperkt deel op het conto van het belastingplan. Grote (neerwaartse) invloed op de koopkracht komt vooral van lagere reële pensioenuitkeringen en hogere premies in de zorgverzekering.

Al met al tornt het nieuwe kabinet niet aan de fundamenten van het belastingstelsel. Het houdt vast aan het weinig calvinistische regime dat het aangaan van schulden stimuleert en spaarzaamheid ontmoedigt. Ondanks de slechte rendementen op de financiële markten blijven particulieren een heffing van 1,2 procent over hun vermogen betalen (30 procent belasting over een fictief rendement van 4 procent). Daarnaast blijven de rentelasten van hypotheekleningen aftrekbaar in de inkomstenbelasting evenals de kosten van leningen voor de winstbelasting. Minister De Jager (Financiën, CDA) kondigde twee jaar geleden – als staatssecretaris – maatregelen aan om het gebruik van leningen bij overnames te ontmoedigen. Maar het is altijd bij die aankondiging gebleven.