Sporters laten zich meer gelden

Tientallen sporters vierden Kerst op het kantoor van NL Sporter in Nieuwegein. Dat is tenminste wat zij meldden aan het wereldantidopingbureau WADA. De sporters waren niet lijfelijk bij de vakbond van topsporters aanwezig. Zij wilden enkel protesteren tegen de zogenoemde ‘whereabouts’, de verplichting om continu hun verblijfplaats op te geven. Even geen pottenkijkers, was de boodschap aan dopingbestrijders.

Zulke protestacties zullen we in 2011 vaker zien, verwacht Maarten van Bottenburg (1962), hoogleraar sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht. „De privacy van topsporters komt steeds hoger op de agenda te staan”, zegt hij. „Wil het WADA de strijd tegen doping winnen, dan zal het steeds dieper in het privéleven van individuele sporters moeten ingrijpen. En dat geeft wrijving, want de grens van het fatsoen lijkt bereikt.”

Waar ligt voor u de grens?

„Vorig jaar besloot de Dopingautoriteit extra dopingcontroles buiten wedstrijdverband uit te voeren bij een dertienjarige schaatsster wier vijftienjarige broer was betrapt op het gebruik van spierversterkers. Kinderen die altijd moeten aangeven waar ze uithangen: dat vind ik problematisch. Ik verwacht dat er meer discussie komt over het huidige systeem. De vraag is in welke mate sportorganisaties zich mogen bemoeien met het persoonlijk leven van topsporters. Tot nog toe wordt de strijd tegen doping alleen bekeken vanuit het perspectief van de sportorganisaties. Topsporters zullen meer gaan opkomen voor hun privacy. Dat betreft niet alleen het whereabouts-systeem, maar ook de vraag in hoeverre sportorganisaties zich mogen bemoeien met het gebruik van social drugs, die niet prestatiebevorderend werken.”

Sporters zijn rolmodellen, zullen de dopingbestrijders tegenwerpen.

„Dat klopt. Hun beroemdheid overstijgt in sommige gevallen hun sportieve prestaties. Het afgelopen jaar zagen wij dat dat sporters kwetsbaarder maakt, zoals bij Tiger Woods, maar ook machtiger. Erben Wennemars en Mark Tuitert die op Twitter hun onvrede uitten over de nieuwe Dr. Bibber-regel: dat zal in 2011 een vlucht nemen. De spanningen tussen sportorganisaties en sporters nemen daardoor toe.”

Het lijkt een jaar van conflicten te worden; wat kunnen wij nog meer verwachten?

„Voor de meeste sporters en sportbonden zal alles in het teken staan van de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Dit pre-olympische jaar is voor topsporters de laatste kans om hun zaakjes te regelen en waar nodig op scherp te zetten. Als zij betere voorzieningen nodig hebben of een ander begeleidingsteam, dan is het nu of nooit. Sportbonden op hun beurt verwachten dat ambities worden waargemaakt. Zij zullen niet terugschrikken voor harde keuzes wat betreft geld en privileges voor sporters. Als er iets moet worden uitgevochten, gebeurt dat in een pre-olympisch jaar. Daarna moeten alle neuzen weer dezelfde kant op staan.”

Het betaald voetbal kampt met financiële problemen. Kan die trend worden gekeerd?

„Veel clubs zijn uitgekleed. Ze zijn zó kwetsbaar geworden, dat ze financiële tegenslagen niet meer kunnen bolwerken. Ik verwacht meer faillissementen in 2011. Hoe groter de groep die onder curatele staat bij de KNVB, hoe kwetsbaarder de branche. Je ziet nu al dat gemeenten weinig genegen zijn bij te springen. Door de financiële crisis zullen zij zich nóg terughoudender opstellen.”

In 2010 werd Vitesse gekocht door een buitenlander. Zullen andere clubs volgen?

„Zonder meer. In een periode van crisis zijn betaald-voetbalorganisaties op z’n goedkoopst. Voor de superrijken is dat een interessant gegeven. Dat zagen wij afgelopen jaar bij Vitesse, maar ook in Engeland, waar allerlei geruchten de ronde doen over overnames van sjeiks of Russen.”

We kunnen meer sjeiks in Nederland verwachten?

„De geruchten over overnames zullen in ieder geval sterk toenemen. Een aantal clubs zal noodgedwongen in de etalage worden gezet.”

2010 was geen jaar van miljoenentransfers. Wat zijn uw voorspellingen voor 2011?

„De grote transfers zijn van de baan; je mag tegenwoordig blij zijn als je een paar miljoen krijgt voor een speler. De meeste spelers dienen hun contract uit en lopen aan het eind gratis weg. Dat levert een nieuw spel op. Clubs proberen hun spelers te dwingen om vroeg bij te tekenen, zodat hun onderhandelingspositie sterker wordt. Dat kan gepaard gaan met dubieuze argumenten: ‘als je niet tekent stellen wij je niet meer op’; of ‘verdien meer als je nu tekent’. Clubs zullen steeds minder verdienen aan transfers van spelers die zij hebben opgeleid. Daardoor zullen de inkomsten niet meer uit transfers komen, maar uit entreebewijzen, sponsorgelden en mediacontracten. Kortom: ook hier liggen meer conflicten op de loer tussen sporters en sportorganisaties.”