Rustige djins, niet-rustige djins. En erwtensoep

De korte Indonesische imam Mohammed Ali is een eigentijdse ghostbuster, een van islamitische snit. Al wie getormenteerd wordt door geesten, zogeheten ‘djins’, belt met de goedlachse Mohammed om van ze verlost te raken. Geen uithoek is hem te ver om er zijn islamitische broeders en zusters te hulp te schieten. Een geldelijke vergoeding vraagt hij niet. De enige beloning die hij voor zijn diensten wenst is een warme maaltijd, wat gezelligheid, en een kleinigheid om zijn vervoerskosten mee te dekken.

Ook de familie van Brahim, de schizofrene Marokkaanse jongen die ik in mijn eerste column portretteerde, maakte enkele keren gebruik van Mohammed Ali’s talenten.

„Ik geleerd alles in Mekka”, sprak Mohammed met een zwaar Indonesisch accent. Hij had een brede grijns op zijn gezicht die geen moment verslapte. Hij was vervuld van een evangelische blijheid die je zelden tegenkomt bij zijn andere vakbroeders.

De geestuitdrijving die Mohammed op Brahim toepaste was gelukkig geen gruwelijke vorm van exorcisme. Op de tafel in de huiskamer plaatste Mohammed twee grote emmers water waar hij wat theelepels olijfolie en een snufje zout doorheen roerde.

Dit brouwsel was voor geesten wat knoflook en crucifixen zijn voor vampiers.

Hierna haalde Mohammed een stapeltje kaarten uit een plastic tasje waaruit hij begon voor te lezen; voor mijn ongeoefend oor leek het een mengsel van koranteksten en een mopje Indonesisch.

Hoe hardnekkig het geloof in ‘djins’ kan zijn, valt te lezen op de site www.ziekofbezeten.nl, een initiatief van Punt P, een landelijke zorginstelling, en de populaire site www.marokko.nl . Het is bedoeld om moslims te informeren over verschillende psychiatrische aandoeningen en de rol daarin van westerse medische hulp en de aloude djins. De site lijkt – om het woord maar eens in zijn meest populistische betekenis te gebruiken – zelf ook een beetje schizofreen.

Djins, een nog nooit waargenomen fenomeen, worden geopperd als een mogelijke oorzaak van psychiatrische aandoeningen, maar tegelijkertijd wordt erkend dat daar weinig ‘koranisch’ bewijs voor is.

Op het bijbehorende discussieforum komt deze tegenstrijdigheid het beste naar voren: iemand beweert influisteringen te horen van djins, een ander schrijft dat vervolgens toe aan psychoses, niet aan djins, weer een ander vraagt wat die djins precies vertellen, enzovoort.

„Dokters soms weten alles, soms weten niets”, zei imam Mohammed Ali. Hij was klaar met zijn koranrecitatie en liet iedereen in de huiskamer een slok nemen van het brakke water. Brahim leek na de sessie niet minder psychotisch of minder ‘bezeten’ door djins, maar niettemin genoot hij zichtbaar van de zorg die de hartelijke Mohammed Ali voor hem over had.

„Er zijn rustige djins, maar ook niet-rustige djins”, zei de imam op een toon alsof djins een onbetwistbaar natuurverschijnsel zijn. „Bij Brahim alleen rustige djins.”

Een ander begrip dat regelmatig terugkeert op de site www.ziekofbezeten is ‘sihr’, wat zoveel betekent als zwarte magie. Veel psychische, financiële en relationele problemen worden toegeschreven aan ‘sihr’. Psychotisch: sihr. Bankroet: sihr. Gescheiden: sihr.

Het onuitroeibaar geloof in ‘sihr’, ook bij in het westen opgegroeide islamitische jongeren, kan de gang naar adequate medische hulp onnodig lang ophouden.Imam Mohammed Ali geloofde ook in sihr, maar hij geloofde nog meer in medicijnen. „Ik help beetje, medicijnen helpen ook beetje. Samen wij maken Brahim beter, insjallah.”

En met die woorden besloot Mohammed Ali de sessie. Hij kreeg nog een kop warme erwtensoep en in de gang werd hem heel subtiel wat geld voor een treinkaartje toegestopt.

Hassan Bahara is auteur en schrijft een tweewekelijkse column over identiteit. Hij schreef met Asis Aynan het Achterpaginafeuilleton ‘Driss’, dat ook als boek verscheen bij uitgeverij Atlas.