Patat met, speculaas en stroopwafels

Mijn vader zag het centrum van Amsterdam als de plaats waar onvermijdelijk iets gegeten moest worden. Voor zichzelf bestelde hij een broodje haring met ui en augurkjes. Hij zei dat niets hem zo goed herinnerde aan zijn jeugd die hij hier had doorgebracht, als haring. Hij liet me proeven. Als mijn oog zich niet aan de glibberigheid had gestoord, had ik dat hapje misschien wel doorgeslikt.

Ik snakte naar patat. Papa zei: „Die met mayonaise is het lekkerst.” Ik knabbelde aan die poreuze halfknapperigheid en werkte de bijna etterige dikte van de mayonaise naar binnen – toch wilde ik een broodje. Hij kocht een broodje gezond voor me, met tomaat en blaadjes sla, die als een soort verwilderde algen aanstellerig aan de zijkanten van het broodje uitstaken.

Ik had nog steeds honger. Dat baarde hem zorgen, en dus greep hij naar de zekerste oplossing en kocht koekjes voor me. Op het cellofaantje stond ‘speculaas’ en niets belette me om alle koekjes in één keer op te eten. Ik wiste mijn honger uit met de smaak van kaneel, die me onderwierp, omkocht, verleidde, kuste, en ik zei tegen mijn vader: „Mag ik alsjeblieft nog wat?”

Het tweede pakje liet stroopwafels zien en toen ik die eveneens in een keer had opgegeten, brachten ze me op een vreemde manier tot rust, door de kalmte van de spijsvertering in gang te zetten, waaraan zelfs de regen me niet kon ontrukken.

Borislav Cicovacki (Sombor, Servië , 1966) studeerde hobo in Novi Sad en bij Han de Vries in Amsterdam, waar hij sinds 1991 woont. Hij publiceerde vijf boeken.