Niemand vertelt wat het gif was

Alleen de autoriteiten weten wat ze bedoelen met ‘Giftig, bijtend, brandbaar’.

De bij de Moerdijkbrand betrokken autoriteiten namen gisteravond niet de moeite uit te leggen wat voor chemicaliën er nu precies in brand waren gevlogen. Ze waren ‘giftig, bijtend en brandbaar’, meer vertelden ze niet. De haastig geactiveerde site www.crisis.nl (‘Lopen mijn huisdieren gevaar?’) zei zelfs dat niet. Kennelijk werd aangenomen dat zich onder de omwonenden niemand bevond die het wilde weten of kon begrijpen. Misschien wel dat niemand recht had op deze bedrijfsgevoelige informatie.

Op de persconferentie van vanochtend bleef het nog steeds ongenoemd. Toch moeten brandweer en andere rampenbestrijders het hebben geweten. Wat Chemie-Pack zoal in huis haalde moet zijn opgegeven in milieu-effectrapportages en opgenomen in een rampenbestrijdingsplan. Bovendien is de directie van het bedrijf nog in leven. Die kan het vertellen.

De buitenstaander kan alleen afgaan op een ‘bedrijfspresentatie’ die nog steeds te zien is op www.chemiepack.nl. Die geeft een aardige kijk op de dagelijkse bezigheden in het bedrijf. Gevaarlijke-stoffenexpert ‘Hans’ legt uit wat er zoal fout kan gaan. Zo te zien was Chemie-Pack een bedrijf dat stoffen mengt en oplost en verpakt in kleine en grote verpakkingen. Landbouwchemicaliën, verven, boorvloeistof, soldeervloeistof en nog veel meer.

Of uit dit onbekende assortiment bij brand giftige stoffen kunnen ontstaan, hangt vooral af van de hitte van het vuur. Bij temperaturen van vele honderden graden vallen de meeste stoffen uiteen. (Maar voor een klein deel kunnen bij die temperaturen juist nieuwe persistente giftige stoffen ontstaan, zoals dioxinen en furanen.) Voor de professionele verwerking van gemengd chemisch afval worden temperaturen van 1.000 tot 1.200 graden Celsius opgewekt. Dat gold ook voor de schepen Vulcanus en Vesta die tot 1992 gevaarlijk chloorhoudend afval op de Noordzee verbrandden. Het chloor uit chloorhoudende stoffen ging daarbij grotendeels over in zoutzuur dat in zee terechtkwam en oploste.

In zekere zin was het dus gunstig dat de brand bij Moerdijk zo fel was. Een bijkomend voordeel was dat de hitte de lucht boven het vuur krachtig omhoog dreef, waardoor schone lucht uit de omgeving werd aangezogen. In de directe omgeving van de brand was de blootstelling aan gevaarlijke stoffen daardoor gering. De brandweer mat geen hoge concentraties giftige stoffen.

Op grotere afstand van zo’n brand komen de vaste deeltjes uit de afkoelende rookpluim weer naar beneden. Zeker als er regen op valt. Dat was ook in april/mei 1986 het geval toen reactor 4 van Tsjernobyl in brand stond. De radioactieve fall-out landde vooral op gebieden waar het regende, tot in Ierland toe.

Grote delen van Europa bleven vrij van de neerslag omdat de gevaarlijke wolken er eenvoudigweg overheen dreven. Ook nu zal het roet van Chemie-Pack vooral door de regen naar de aarde worden gebracht. Daar zal het persistente deel van het vuil bij nieuwe regen langzaam in grond en oppervlaktewater verdwijnen.