Nederlands bedrijf niet schuldig in dioxinezaak

Het Nederlandse bedrijf Olivet heeft niets verkeerd gedaan. Het was duidelijk dat het industriële vet niet als grondstof voor veevoeder zou mogen worden gebruikt.

Het Nederlandse bedrijf Olivet treft geen enkele blaam in de Duitse dioxinezaak. Dat heeft de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) geconcludeerd.

Het bedrijf uit Poortugaal had als tussenhandelaar een partij vetzuur verkocht aan het Duitse veevoederbedrijf Harles & Jentzsch in Ütersen. Olivet had de bewuste partij op zijn beurt gekocht van biodieselproducent Petrotec AG, met fabrieken in de Duitse steden Emden en Borken. Het industriële vet is slechts ‘op papier’ in Nederland geweest: Olivet heeft het na inkoop meteen doorverkocht. Daarbij was het nadrukkelijk niet de bedoeling dat het industriële vet als grondstof voor veevoeder zou worden gebruikt.

Het Nederlandse bedrijf kwam in beeld nadat de Duitse overheid alle mogelijke toeleveranciers die betrokken waren bij het dioxineschandaal in beeld had gebracht. Voor de nVWA was het reden om „voor alle zekerheid” een onderzoek in te stellen naar Olivet.

Volgens de nVWA was van meet af aan duidelijk dat „de fout in Duitsland was gemaakt”. De Duitse veevoederfabrikant Harles & Jentzsch heeft die fout inmiddels toegegeven.

De uitkomst van het onderzoek naar Olivet bevestigt de onschuld van het bedrijf uit Poortugaal. „Het is overduidelijk dat de grondstoffen die Olivet leverde bedoeld waren voor technische doeleinden en niet voor veevoer”, luidt de conclusie.

Directeur Eddy van Gelder van Olivet is „enorm opgelucht”. „We wisten natuurlijk zelf al dat we niets fout hadden gedaan, maar het is wel fijner als dat wordt bevestigd door de Voedsel en Waren Autoriteit.”

Het Duitse Harles & Jentzsch hangt een miljoenenclaim boven het hoofd. (NRC)