Na de brand: rust en de geur van haarlak

Op televisie ging het gisteren alleen maar over De Brand. Maar in Strijen, aan de overkant van het Hollandsch Diep, reageren vanmorgen mensen rustig.

Bijou Groeneveld vond het gisteravond naar haarlak ruiken. Ze staat achter de bar in café-restaurant Het Plein in Strijen. Bij de supermarkt, de slijterij, de bakker, in de dameskapsalon, overal gaat het over de grote brand bij Moerdijk. Over de „muur van zwarte rook” die langs Strijen trok en een zware amoniakgeur met zich meebracht.

Maar bij huisarts Visschedijk heeft niemand zich gemeld. We zijn hier nogal nuchter, zeggen de bewoners van Strijen.

Meneer van Eeren die samen met zijn vrouw boodschappen in de achterbak van de auto laadt maakt zich kwaad op de verslaggevers. De boodschappen zijn voor een „vrouwtje van tachtig”. Zij woont alleen in een huis op de dijk en zij raakte wel in paniek. Niet van de brand maar van de verslaggevers die de hele avond op de radio en televisie bleven schreeuwen over De Brand. Zijn vrouw kon haar met moeite geruststellen. Hij zegt: „Het is altijd hetzelfde in Holland. Wat een paniekzaaierij. Die fabriek wordt weer opgebouwd. Of niet. Dan komt-ie ergens anders. De wereld draait wel door hoor. ”

Ton Pauwe zit bij de vrijwillige brandweer in Strijen. Hij kwam gisteren om half drie thuis en zat om 8 uur weer op de wagen. Hij reed gisteren de hele middag en avond met de brandweerauto door Strijen en omgeving om de mensen via de megafoon op te roepen ramen en deuren gesloten te houden. Deden ze dat ook? „Lang niet allemaal” zegt hij. „Op de dijk was het zelfs steendruk, daar stonden allemaal mensen te kijken.” Hij moet toegeven, het was een spectaculair gezicht.

Dat vond ook Falco Flipse, manager bij een benzinepompstation aan de rand van Strijen. Toen hij gistermiddag door kreeg dat er niet weer een nieuwe lading sneeuw aankwam, maar dat de lucht zo donker werd van de rook, ging hij naar huis om zijn telescoop op te halen. En hij was bepaald niet de enige die stond te kijken bij het Hollands Diep.

Er kwamen zelfs ramptoeristen volgens meneer Van Eeren. „Hebben die niets beters te doen?”

De nieuwsgierigheid wint het van eventuele angst voor gevaar, zegt Falco Flipse. Op een gegeven moment kreeg ook hij het toch wat benauwd. „Het was een zwaar chemische lucht, die prikte op je tong en in je ogen.” Bang voor zijn gezondheid is hij niet. „Als je een liter benzine drinkt, ga je dood. Maar een druppel is niet zo erg.”

De boeren hebben het meeste vee nog op stal staan vanwege de kou. Brandweerman Ton moest de mensen wel vertellen dat ze hun huisdieren beter binnen konden houden. „Honden schijnen heel gevoelig te zijn voor de rook.” Maar hij zag ’s avonds niettemin verschillende mensen een ommetje maken met de hond.

Meneer Van Eeren zat 25 jaar op de vrachtwagen. Hij kwam vaak op bedrijven als Chemie-Pack om te laden en te lossen. Hij weet, zegt hij, wat in dergelijke fabrieken aan spullen staat. „Ze zeggen nu dat er geen gevaarlijke stoffen in de lucht zijn gekomen, maar dat is natuurlijk onzin.”

In Moerdijk, de plek van de brand, was vanmorgen nog een enkele, bruine rookpluim te zien. Geen vlammen meer. Brandweerlieden stonden er ontspannen bij. Ze droegen geen mondkapjes. Er hing een licht zoetige geur. Even verderop keken mannen zorgelijk naar het water in een slootje. Het zag er roestig bruin-paars uit.