Moeilijk jaar voor bedrijfsobligaties EU

De omgekeerde wereld op de Europese kredietmarkten kan niet voortduren. De crisis van de eurozone heeft de obligatiemarkten op hun kop gezet: veel ondernemingen worden nu veiliger geacht dan de regeringen van de landen waar ze vandaan komen. Hoewel sommige firma’s de storm wellicht zullen doorstaan, zullen de bedrijfskredieten in 2011 met een sterke tegenwind te maken krijgen.

Zelfs vóór de huidige crisis moesten sommige ondernemingen al een lagere rente over hun schulden betalen dan hun eigen regeringen. Maar het fenomeen grijpt nu om zich heen. Eind december genoot 40 procent van de aan de ‘Markit iTraxx Europe investment grade index’ genoteerde bedrijven een hogere kredietwaardigheid dan hun regeringen, aldus gegevens van Markit.

Het verschil is vooral opmerkelijk in de periferie van de eurozone. OTE, het grootste Griekse telecomconcern, hoeft bijvoorbeeld bijna 600 basispunten minder rente over zijn schulden te betalen dan de Griekse overheid.

Er is geen echte reden waarom ondernemingen niet kredietwaardiger zouden kunnen zijn dan het land waarin zij gevestigd zijn. Dit geldt vooral voor ondernemingen met geografisch gespreide inkomsten. Hoewel de staatsschulden sinds het najaar van 2008 enorm zijn opgelopen, hebben de bedrijven over het algemeen gespaard en hun kosten teruggedrongen. Eind 2010 was het percentage ondernemingen met een stabiele kredietstatus bij kredietbeoordelaar Moody’s het hoogste in twee jaar tijd, en was het percentage faillissementen op zijn laagst.

Tijdens de Braziliaanse valutacrisis van 2002 bleken zelfs obligaties van sommige banken – doorgaans de sector die het nauwst verbonden is met de kredietwaardigheid van de staat – veerkrachtiger dan die van de overheid, aldus onderzoek van Citigroup.

Maar ondernemingen uit de Europese periferielanden staat een zwaar 2011 te wachten. Bezuinigingen zullen de inkomsten drukken, en regeringen willen mogelijk opnieuw onderhandelen over contracten of speciale belastingen heffen – met name op infrastructurele of nutsbedijven.

De financieringsvoorwaarden kunnen daarbij verslechteren. De omvang van de vraag naar de obligaties van bedrijven in zwakke Europese economieën is onduidelijk, en de uitgevers ervan kunnen te maken krijgen met concurrentie van regeringen. De banken zijn hun balansen ook aan het beperken – vooral de perifere kredietverleners die voor hun liquiditeit afhankelijk zijn van de Europese Centrale Bank.

In de opkomende economieën vond 71 procent van alle bedrijfsfaillissementen tussen 1995 en 2008 plaats tijdens een crisis van de staatsschulden, aldus gegevens van Moody’s. Voor ondernemingen in de Europese periferie zou de crisis dus wel eens nog maar net begonnen kunnen zijn.

Neil Unmack

Vertaling: Menno Grootveld