Late echo: meer abortus

Het aantal vrouwen dat de zwangerschap afbrak tussen 20 en 24 weken zwangerschap (over de helft van de termijn) is in 2009 iets gestegen tot 288 abortussen. Dit blijkt uit cijfers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In 2006 werden nog maar 140 abortussen verricht na twintig weken zwangerschap.

De stijging schrijft de inspectie toe aan de invoering van de 20-weken-echo in 2007. Iedere vrouw krijgt sindsdien bij twintig weken zwangerschap een gratis echoscopie aangeboden. Daarop kan de arts verschillende afwijkingen zien bij de foetus zoals een hartafwijking, openrug of schisis.

Invoering van die algemene 20-weken-echo was bedoeld om op grote schaal afwijkingen eerder op te sporen. Ouders die daarna beslissen om de zwangerschap door te zetten, kunnen beter begeleid worden. Ouders die het vooruitzicht van een leven met een zwaar gehandicapt kind te belastend vinden, kunnen alsnog laten afbreken. Dat gebeurt louter in academische ziekenhuizen. Abortusklinieken mogen alleen abortussen toepassen tot 20-weken-zwangerschap. Dat aantal schommelt al jaren rond 32.000 per jaar.

Politici van SGP en ChristenUnie hebben zich verzet tegen invoering van de 20-weken-echo omdat ze bang waren dat die zou leiden tot meer late abortussen. Het aantal is verdubbeld sinds 2006, tot 288 in 2009. De cijfers over 2010 worden pas over een jaar bekend.

In 2007 werd ook de commissie-Hubben ingesteld, waarbij kinderartsen actieve levensbeëindiging bij pasgeboren baby’s moeten melden. Die levensbeëindiging gebeurde wel eens bij zwaargehandicapte baby’s voor wie ouders geen ‘levenskwaliteit’ verwachtten. De eerste paar jaar was er niet één melding. Een mogelijke verklaring is dat de 20-weken-echo tot meer abortussen heeft geleid.