Kunst versus Rieu

Hij stond daar gewoon, Joshua Bell. Deze keer niet met honkbalpetje op, zoals vier jaar geleden, toen hij bij wijze van experiment van The Washington Post drie kwartier als straatmuzikant speelde in de metro, meer dan duizend mensen voorbij zag komen, maar slechts van heel enkelen even aandacht kreeg, en 32,17 dollar ophaalde. The Post wilde weten of kunst, net als gewone producten als kleding en parfum, meer wordt gewaardeerd als de verpakking of de presentatie chiquer oogt.

Gisteren stond Joshua Bell zonder honkbalpetje – niet in de metro van Washington, maar op een podium in Amsterdam. Verder was er weinig verschil. Er waren ook ongeveer duizend mensen. Deze keer doneerden ze helemaal niets. Het was een gratis concert: de Openbare Repetitie op de woensdagmiddagen in het concertgebouw in Amsterdam.

Aan niets was te merken dat de vioolvirtuoos het erg vond dat deze mensen geen kaartjes hadden gekocht. Bell speelde met overgave, met heel zijn lichaam, zoals altijd; zijn driehonderd jaar oude viool, die naar schatting een waarde heeft van vier miljoen dollar, deed wat een instrument in de handen van een meester vermag: Max Bruchs eerste Vioolconcert in g, op. 26 verheffen tot de romantische hoogte die Bruch in gedachten moet hebben gehad. Al had deze magistrale compositie Bruch in 1867 ook al niet zo veel opgeleverd. De componist had de rechten in één keer verkocht aan een uitgever en kreeg geen royalty’s meer.

Het was wel een merkwaardige vertoning. Joshua Bell, Semyon Bychkov, de vermaarde Russische dirigent, alle muzikanten van het Koninklijk Concertgebouworkest: niet in knappe kostuums met vlinderdassen, geen lange avondjurken, maar jeans, gympies, T-shirts en zelfs sweaters met capuchons, zoals hiphoppers op straat die dragen. De waardering van het publiek werd er niet minder om, zoals bij het metro-experiment. Het had zelfs iets van een voorrecht om de grote muzikanten te zien ‘oefenen’. Alsof je in hun huiskamer mocht.

Ook het publiek zag er trouwens alledaags uit. Sommigen hadden boodschappentassen bij zich, een oud vrouwtje dat diep gebogen liep en behendig voordrong, droeg een opvallende zilvergrijze rugtas en een mantel die zijn beste tijd had gehad. Je zag aan haar dat ze ver boven trivialiteiten stond als vlekjes op de mantel of wachten in de rij; ze was hier voor de wonderlijke schoonheid van de muziek.

Dit soort gebeurtenissen kunnen snel verdwijnen, sinds het aantreden van het huidige kabinet. De PVV wil cultuursubsidies afschaffen, omdat ze enkel de culturele elites ten goede zouden komen. Zoals PVV’er Sietse Fritsma zegt: „Waarom moet jan modaal betalen voor een elitegezelschap dat een tromboneclubje bezoekt?”

De veronderstelling is dat jan modaal en die arme Henk en Ingrid de voorstellingen in het Concertgebouw niet kunnen betalen. In werkelijkheid hebben bijna alle grote culturele instellingen voorzieningen voor minvermogenden en studenten, zoals deze ‘openbare repetities’ van het Concertgebouw. Wie geen gratis concerten geven, maar kaartjes verkopen vanaf 85 euro, zijn De Toppers, met hun veredelde karaoke, en André Rieu, met zijn mechanische nabootsing van Strauss. Veel glitter en lichtjes en Disney-effecten: het is alleen verpakking.

Vreemd is dat: dat nep zo duur is en ware schoonheid gratis wordt aangeboden, voorlopig althans. Het is waar dat je je moet inspannen voor schoonheid. Je moet het aanleren en oefenen. De kunstjes van De Toppers en André Rieu zijn hapklaar: iedereen kan meezingen, meedeinen en meeklappen. Niet nadenken. Lekker dom blijven. Dat lijkt het ideaal te zijn van dit kabinet.

Na afloop zag ik het vrouwtje met de zilvergrijze rugtas weer lopen. Net zo gehaast als daarnet, alsof ze de kabinetsplannen voor wilde blijven.