Kogelgaten kijken op Turks hulpschip

Het Turkse hulpschip waarop Israëlische soldaten in mei een bloedbad aanrichtten dreigt een museum van martelaren te worden. Ankara zit er mee.

Met hun wapperende hoofddoekjes in een straffe wind geven drie jonge meisjes elkaar een iPhone door voor een groepsfoto. Ze giechelen. De camera negeert het Topkapi Paleis, icoon van een vergaan en ooit ambitieus wereldrijk, en richt zich op het nieuwe symbool van de Turkse politiek.

Achter hun ruggen ligt de Mavi Marmara, het schip dat op 31 mei op weg was om hulpgoederen af te leveren in de Gazastrook maar werd gestopt door Israëlische commando’s. Na acht maanden terug in de haven van Istanbul trekt het schip dagelijks honderden bezoekers.

De kajuit voelt als een tombe. Op de bebloede kussens van de zitbanken zijn de foto’s neergezet van de negen Turkse activisten die gedood werden in de kogelregen van de Israëlische commando’s. Hun broeken met kogelgaten zijn over de rugleuningen gedrapeerd. Er liggen kapotgeslagen fotocamera’s, naast teddyberen en kinderspeeltjes. „Wij brachten speelgoed en eten mee voor kinderen. Zij zochten geweren”, zegt Semsettin Ipek, die aan boord was die dag.

Hij wijst naar de bloedspatten op het plafond, de door kogels gebutste patrijspoorten en de plek op het winderige dek waar een Turkse cameraman stond te filmen toen hij een kogel tussen zijn wenkbrauwen kreeg. In de hoek ligt ook een verfomfaaide foto van een Israëlische soldaat die door de activisten over boord wordt gegooid. „In zijn buik en handen gestoken”, meldt het onderschrift.

„Hij viel op zijn eigen mes”, stamelt Ipek als hij de foto ontdekt. Hij is ook de woordvoerder van de islamitische hulporganisatie IHH, die het konvooi organiseerde en de boot nu gebruikt als een varend museum. Benedendeks worden Palestina-sjaaltjes verkocht, folders van IHH en boeken over het lot van de Palestijnen. De bezoekers vertegenwoordigen vooral het conservatiefste deel van de Turkse samenleving, vrouwen met boerka’s, mannen met lange baarden en straffe teksten. „Ik ben hier om te zien waar onze moslimbroeders gestorven zijn en nog meer haat tegenover Israël te voelen’’, zegt Ensar Caliskan. Hij is ook lid van IHH maar voer niet mee op 31 mei, naar eigen zeggen omdat zijn kind ernstig ziek in het ziekenhuis lag. Zijn boze toon verraadt zijn schuldgevoel. „Ja ik heb spijt dat ik er die dag niet bij was. Israël is onze vijand. We hebben niets met elkaar gemeen.”

Op internetfora wordt druk gediscussieerd over de tentoonstelling. Niet alle Turken voelen zich er even gemakkelijk over. „Alleen extremisten gaan naar die boot”, zegt een bezoeker van de website HurriyetDailyNews die zich ‘socialistische Turk’ noemt. „Het zal me een rotzorg zijn. Ik zie die boot nog liever zinken.”

De Turkse regering is ambivalent. De regering stuurde geen vertegenwoordiger toen de Mavi Marmara op 26 december terugkeerde naar Istanbul en door duizenden werd binnengehaald. Net als de bezoekers vandaag bestond die menigte vooral uit kiezers van de zeer conservatieve islamitische partij Saadet, die in een verkiezingsjaar stemmen dreigt weg te halen bij de regerende en eveneens conservatieve AK-partij.

De minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu, drong op de dag van het onthaal aan op vrede met Israël. „Waarom zouden we slechte relaties willen met een land waarvoor we vrede proberen te bewerkstelligen’’, zei hij. Hij verwees naar Turkije’s rol als bemiddelaar tussen Israël en Syrië, nu al ruim twee jaar geleden.

„De Mavi Marmara schaadt de belangen van het Turkse buitenlandbeleid”, zegt Kadri Gursel, buitenlandcommentator voor de krant Milliyet. „De Turkse regering wil niet het imago van een land dat de radicale islam steunt. Maar het schip kreeg zijn eigen dynamiek: we zijn nu de weg in geslagen van een politiek die populair is in de Arabische wereld en kunnen niet meer terug.”

De Mavi Marmara verlaat waarschijnlijk morgen de haven alweer, voor onderhoud op een werf in Tuzla. Een regeringswoordvoerder ontkent dat het schip moet vertrekken om de diplomatieke betrekkingen met Israël te redden. Ankara onderhandelt nu over compensatie voor de slachtoffers – en stuurde hulpvliegtuigen tijdens de hevige branden in het noorden van Israël.

Voor de bezoekers van de tentoonstelling is het voor diplomatie te laat. Op 31 mei vertrekken er vijftig schepen naar Gaza met aan boord ook de boze Turk Caliskan. „Deze kans ga ik niet missen.”