Koffietafelblad durft mollige kaalheid op de cover te zetten

Hermès op een vuilnisvat? Onconventionele schoonheid die de tijd overleeft. Acne Paper en A Magazine zijn populair en tonen dat het verleden bij het heden hoort.

Ze verschijnen allebei twee keer per jaar en dat zegt veel zo niet alles. Acne Paper en A Magazine volgen, het laat zich raden, niet de actualiteit. Het woord tijdloos dringt zich zelfs op. Beide worden gekenmerkt door eenvoud. Het papier is nog net geen karton, de glossy is ver weg. Toch zijn het koffietafelbladen. Je bekijkt ze, en later bekijk je ze nog eens en nog eens, tot in lengte van jaren. Mogelijk lees je er eens iets in. Waarschijnlijk worden ze mettertijd naslagwerk. „Had Acne niet ooit een reportage over de studio van die kunstenaar?”

Ja hoor.

En wel in de net verschenen, elfde editie van Acne Paper, met de royale tijdsaanduiding ‘winter 2010 11’. Het is een van de draden die door dit nummer lopen: kunstenaarsstudio’s. Daarom siert de molligheid van genderartiest Leigh Bowery het omslag. Uh? Het komt zo: Bruce Bernard maakte foto’s van de studio van schilder Lucian Freud. In 1992, toen Bowery voor Freud poseerde voor een pastiche van Courbets schilderij L’atelier du peintre uit 1855. Bowery, vleesgeworden extravaganza en inspirator van uiteenlopende grootheden als inderdaad Freud, Boy George, David LaChapelle, Vivienne Westwood en John Galliano, stierf in 1994. Bernard, schrijver en fotokenner en ook wel fotograaf, stierf in 2000. Vooruit, Freud leeft nog, maar tijdloos is inderdaad het juiste woord.

Durf is ook aan de orde in het blad dat 10 euro kost. De mollige kaalheid in plaats van graatmagere maar toonaangevende schoonheid op het omslag is niet het enige bewijs. Een modereportage in Afrika met modellen die er nog niet van zouden kunnen dromen om ooit aan te schaffen wat ze showen voor de camera, getuigt er ook van. De drager van een bordeauxrode fluwelen broek van Hermès poseert op een vuilnisvat met cement of modder, een jongen in sarong heeft nonchalant een rode trui van Prada over zijn schouder. Decadent of hoopgevend, het is in elk geval opvallend.

Een tweede modereportage gaat uit van het huis, waarvan de vertrekken het thema van de foto bepalen. De ‘bibliotheek’ is het mooiste: een direct op het lijf van het model geschilderde boekenkast. André Breton, paus van het surrealisme, had het kunstwerk zeker goedgekeurd.

Mode is een weinig prominent onderdeel. Het gaat in Acne om foto’s, meestal in korrelig zwart-wit, die onmiskenbaar nostalgie wekken. Lord Snowdons portretten van kunstenaars zijn niet korrelig maar wel van erg lang geleden, en dat maakt ze weer gloednieuw. Een poezelige Willem de Kooning in een schommelstoel in zijn studio (1974) kan nieuwe generaties verbazen en inspireren, net als de paginagrote, weergaloze portretten van Agatha Christie, David Hockney en Igor Stravinsky, allemaal uit dezelfde tijd. En paginagroot is groot, want Acne is ongeveer A3-formaat.

A Magazine is al net zo royaal, luxueus, chic en zorgeloos als Acne. Het blad (€ 14,80) werkt met ‘curators’, op de uitstekende website (amagazinecuratedby.com) wordt opgesomd welke. Modeontwerpers als Haider Ackermann, Chris van Assche. Johji Yamamoto. De website toont alle tot nu toe verschenen nummers genereus, ze zijn in hun geheel te bekijken. Ongetwijfeld houdt die gulheid verband met verborgen marketing van producten, namen en reputaties, maar dat maakt het niet minder plezierig. Een andere overweging is waarschijnlijk dat het echte blad in handen houden door zo’n schermpresentatie toch niet wordt geëvenaard: alleen de geur van inkt en dik papier al, het gewicht, het geblader.

Curator Giambattista Valli, Italiaans modeontwerper, heeft een simpel uitgangspunt genomen, dat trouwens nauwelijks afwijkt van dat van zijn voorgangers: schoonheid. Om volledig te zijn: hij stelt een vraag. Wat is schoonheid? Het antwoord is een dikke 200 pagina’s lang – en overtuigt. Ordenend principe is de dialoog of zo men wil tegenstelling, precies zoals oud-museumdirecteur Rudi Fuchs dat voor veel van zijn exposities hanteerde. De abstracte vormenfotografie van Aaron Siskind tegenover de ode aan het lichaam van George Platt Lynes.

Valli voegt ook nog een pikant element toe aan het spel als hij zijn eigen creaties zet tegenover die van Luciano Fontana, Louise Bourgeois, Piero Manzoni. Je moet maar durven. Maar het werkt wel: er zijn overeenkomsten, er is samenhang, er is doorlopende geschiedenis.

Dat is wat bladen als A Magazine en Acne welbeschouwd op onnadrukkelijke, bijna slome manier doen: tonen dat het verleden bij het heden hoort. Ze zijn populair. Schreeuwerigheid is kennelijk geen voorwaarde om ook jongeren te boeien.

Pieter Kottman