Jubilerend Oog wil meer gaan improviseren

Met het oog op morgen bestaat 35 jaar. Elke avond sluit het nieuwsprogramma met de ijzeren formule de dag op Radio 1. Gisteravond vierden de zeven presentatoren hun jubileum.

Eenmaal slaat de decibelmeter in radiostudio Desmet flink uit. Aan het woord: Joris Luyendijk. Gelegenheid: het 35-jarig jubileum van Radio 1-programma Met het oog op morgen, gisteravond in Amsterdam.

Luyendijk debatteert live in de uitzending met zijn zes medepresentatoren over journalistiek. Zijn stelling dat media moeten stoppen met persoonlijke verhalen wordt door de zaal met genodigden met luid gejuich ontvangen. Feiten wil Luyendijk. Droog en hard nieuws. Media moeten vertellen hoe het echt zit.

Daarna is het tijd voor de borrel. De leesbrillen gaan af en de zeven presentatoren van het dagelijkse actualiteitenprogramma mengen zich in het publiek. Goed moment om hen te bevragen over hun hoogtepunten als radiomaker voor een van de langst bestaande nieuwsprogramma’s van Nederland.

Ook weer op zoek naar het persoonlijke dus. Luyendijk, die het programma op maandag presenteert: „Je mag die vraag over mijn hoogtepunten best stellen, maar pas nadat je de belangrijkste kwesties uit het debat in je artikel hebt uitgelegd.” Zijn antwoord, een radio-interview met een Afrikaanse priester 25.000 kilometer verderop, bewijst volgens Luyendijk overigens de kracht van het medium. „De vibe die ik toen met die priester had, is niet uit te leggen. Radio is net als muziek, het is niet op schrift te stellen.”

De vraag naar haar hoogtepunten vindt Mieke van der Weij, presentator van het Oog op dinsdag, evenmin interessant. „Het is net als met seks. Na verloop van tijd worden al die ervaringen één grote brij.” Complicerende factor: Van der Weij luistert haar uitzendingen niet graag terug. Soms, zegt ze, zijn interviews gewoon saai. En als presentator denk je altijd dat het aan jezelf ligt. „Maar je kunt het karakter van je geïnterviewde niet in een kwartier veranderen. Dat heb ik echt moeten leren.”

Clairy Polak, die het programma sinds vier maanden op woensdag presenteert, vond vooral haar eerste werkdag een openbaring. „Dat was tijdens de coalitieonderhandelingen. Ik viel meteen met mijn neus in de boter, er moest flink worden geïmproviseerd en geschakeld.” En dat, zegt ze, is het leuke van radio. „Bij televisie moet je altijd weer naar dat licht en die camera’s zoeken. Bij radio gaat dat veel sneller.”

En toch, zegt donderdag-presentator Max van Weezel, is ook bij radio veel vooraf geproduceerd. Zo had hij eens een interview met zangeres Norah Jones. Moe en chagrijnig zat ze aan het einde van haar tournee door Europa in de studio van het Oog. Van Weezel: „Er was één vraag die ik haar niet mocht stellen. Over haar vader, een bekende sitarspeler. Dat was mijn eerste vraag, want niemand had mij dat vooraf verteld.” Jones keek vragend naar haar bassist en klapte daarna volledig dicht. „Ik voelde me flink opgelaten in die studioruimte van twee bij drie meter. Maar achteraf ook stoer.”

Moest Van Weezel zich voorheen strikt aan de uitgeschreven vragen en antwoorden van het voorgesprek houden, recentelijk probeert het Oog minder voor te produceren. „Die controle werkt niet. In het voorgesprek doen gasten stevige uitspraken om in de uitzending te komen. Tijdens het interview krabbelen ze vaak terug, terwijl de eindredacteur in je oor tettert dat je het script moet volgen.”

Controledwang ziet presentator John Jansen van Galen ook in de nieuwskeuze. Zijn hoogtepunt in twintig jaar Oog-presentatie is dan ook tevens zijn dieptepunt: de uitzending anderhalve dag na de vuurwerkbrand in Enschede. „We zaten met de handen in het haar. Alle ooggetuigen en brandweerlieden hadden de media al gehaald, wat moesten we daar nog aan toevoegen?” De redactie besloot het nieuws te negeren en koos voor een interview met een hoogleraar over iets totaal anders. „Dat werd heel mooi. Maar de volgende dag werden we bij de NOS toch gekapitteld. Dat is kenmerkend.”