Jij hebt toch 'n rijbewijs?

Het komt weleens voor dat iemand aan mij vraagt: „Kunnen we dan niet met de auto? Jij hebt toch een rijbewijs?” Deze vragen worden prangender naarmate bijvoorbeeld duidelijk wordt dat het openbaar vervoer naar het vakantiehuisje zal bestaan uit vier treinen, een streekbus en een lift van een mesttractor. Toch moet ik op die vraag zowel bevestigend als ontkennend antwoorden: ja, ik heb een rijbewijs. En nee, we kunnen niet met de auto.

Persoonlijk zie ik mijn niet-rijden als een gul cadeau aan de mensheid. Er heeft zich ooit in het verleden een reeks schimmige fouten voorgedaan, wat uiteindelijk resulteerde in iemand die mij een roze pasje overhandigde – ik kan alleen maar speculeren over de delirische toestand waarin deze persoon verkeerde. Ik doe er nu in ieder geval alles aan om dit recht te zetten en gebruik het pasje alleen om aan een keiharde identificatieplicht te voldoen of in een verloren kwartiertje mijn hologramfoto te bewonderen.

Ook voordat ik aan de rijlessen begon had ik al zo mijn twijfels. Het idee dat ik op les zou gaan en dat ze op een gegeven moment, na een jaar of vijftien, tegen mij zouden zeggen: „Nou, probeer het nu zelf maar eens”, vond ik eigenlijk ronduit ridicuul. Vanzelfsprekend vertelde ik dat niet bij de persoonlijkheidstest die voorafgaand aan de lessen moest bepalen welk lesprogramma voor mij geschikt zou zijn (‘ik vind rijden eng’: NEE. ‘Ik snap rotondes meteen’: JA. ‘Je merkt het aan mij als ik boos ben’: IK BEN DE RUST ZELVE). Ik wilde natuurlijk geen mietje zijn.

De waarheid is uiteraard: ja, ik vind autorijden doodeng. Ik had ook liever gehad dat het anders was. Ik zou ook liever traag om iemands nieuwe auto heen lopen, hem fluitend bewonderen en dan vragen: „Mag ik even? Ik heb altijd al in een Ferrari 599 GTO willen rijden. Die rijden zo lekker sportief.” Waarna ik zonder schroom instap, leren handschoentjes aantrek en met mijn ronkende V12 motor wegrijd. En dan weet wat een V12 motor is.

De maatschappij mag er dan anders over denken, ik heb natuurlijk wel gelijk: autorijden ís heel eng. Mijn instructeur zei altijd dat vooral hele, héle intelligente mensen moeite hebben met autorijden. Ik wil even voorbijgaan aan het feit dat hij zelf erg goed reed, waardoor zijn wijsheid wellicht door zijn eigen opmerking werd ondergraven, en me concentreren op het feit dat inderdaad vooral hele, héle intelligente mensen moeite hebben met autorijden. Wij zien namelijk alle mogelijke scenario’s. De honderden opties, de verschillende prioriteiten die je zou kunnen stellen, al die bijna-ongelukken, en dat doet ons zodanig duizelen dat we lamgeslagen achter het stuur zitten en enkel nog willen huilen. Jazeker. Het is heel tragisch.

Wellicht zal ik ooit over mijn rijangst heenkomen.

Tot dan werkt het pasje ook prima als kaarsvetkrabber.

Renske de Greef