'Hij is niet moeders mooiste'

Kort feuilleton: Judith (38) brengt een weekend door op de Veluwe omdat er een nieuwe vloer wordt gelegd in haar huis. Bij een dorpssuper ziet ze een advertentie hangen over een kat.

Een uur later stond Judith bij de bushalte met een grote zwarte kater in een reismand (roepnaam: Boris) en gemengde gevoelens. Mevrouw Taas, de baas van Boris, had haar koffie gegeven en verteld wat de omstandigheden waren waardoor de kat – een soort zeerover, met een gat in zijn oor waar met gemak een oorring doorheen paste – weg moest. Haar kleindochter Jackie kon niet tegen kattenharen. Als ze bij oma op bezoek was geweest, had ze rode oogjes en nieste ze constant. Haar moeder had haar laten testen en daar was uitgekomen dat het meisje allergisch was. Sindsdien was ze niet meer bij oma op bezoek geweest. Mevrouw Taas gaat zelf nog wel eens naar de kleinkinderen, in Maarssen, maar dat is een hele onderneming, met de bus en de trein en dan nog eens de bus.

Eigenlijk was Judith de eerste serieuze gegadigde. Het kaartje in de supermarkt hing er al meer dan een jaar, vertelde mevrouw Taas. „De meeste mensen willen natuurlijk zo’n kleintje. Zo’n kitten”, zei mevrouw Taas. Ze keek er een beetje vies bij. Die opmerking over dat slangenvoer had ze erbij gezet omdat ze van meerdere buurvrouwen had gehoord dat er types bestonden die advertenties in regionale dagbladen afstroopten op zoek naar gratis katten om aan hun reptielen te voeren. Judiths argument dat ze middenin de stad woonde en dat je dat een kat misschien niet kon aandoen – van een huis met een tuin naar een etagewoning met een klein balkon – veegde mevrouw Taas van tafel: „Boris heeft een hekel aan buiten.” „Maar ja”, zei ze, terwijl ze Judith een koektrommel voorhield: „Als je ’m niet wil, moet je dat maar eerlijk zeggen. Hij is natuurlijk niet moeders mooiste, dat zie ik ook wel.” „Hij is prachtig”, zei Judith „En ik wil hem.”

Terwijl mevrouw Taas de reismand van zolder haalde, bekeek Judith de foto van Jackie op de schoorsteenmantel. Naast haar een babybroertje en twee buldoggen. Kennelijk was ze niet allergisch voor hondenharen. Boris jankte toen hij in de mand moest. „Dat komt omdat hij nu denkt dat hij naar de dierenarts gaat”, wist zijn bazin. Judith drukte haar op het hart om te bellen als ze haar huisdier te erg zou missen, maar mevrouw Taas leek niet erg aangedaan door het afscheid. Ze schudde Judith de hand, riep „Tot ziens” en de deur was alweer dicht.

Gedurende de reis, in de bus, de trein en daarna in tram 24, bleef Boris klagelijk janken en miauwen. Iedereen had er iets over op te merken. „Meid, ik dacht dat er een of andere baby lag te huilen.” „Nou, hij voelt zich niet helemaal toppie geloof ik hè?” „Word je ontvoerd, jochie?”Judith zweette ervan. Ze had nog nooit zoveel aanspraak gehad.

Hoe dichter ze bij haar huis kwam hoe ongelofelijker het haar voorkwam dat ze haar sleutel had overhandigd aan een aantal onbekenden. Wat zou ze in vredesnaam aantreffen als ze zo thuiskwam? Een volkomen leeggehaald huis? Waar haar oude verwrongen vloer nog gewoon op de grond lag en de draden van haar flatscreen jennerig uit de muur staken? Maar toen ze de voordeur opende, zag alles er prima uit. De vloer in de gang lag er strak en glanzend bij. Viks had keurig werk geleverd. Judith voelde voorzichtig met een vinger. Geen plak.

Wordt morgen vervolgd