Herkomst dioxinen is nog een raadsel

Karel knip

De dioxinen in het veevoer van het Duitse bedrijf Harles & Jentzsch blijken afkomstig van een partij ‘Mischfettsäure’ van het bedrijf Petrotec AG in Emden en Borken. Dat mengsel van vrije vetzuren had, volgens een Europese richtlijn, nooit naar de voederindustrie mogen gaan. Dat was fout één.

Zeker zo belangrijk is de vraag hoe de vetzuren met dioxinen vervuild konden raken. Het blijkt dat Petrotec tot de bedrijven behoort die biodiesel produceren uit afgewerkte frituurolie (Altspeisefett of ‘used cooking oil’). Zij nemen de rol over van bedrijven die dieselolie produceerden uit zuivere plantenolie, afkomstig van koolzaad, oliepalmen of soja. De milieuvoordelen daarvan, in het bijzonder de demping van de CO2-uitstoot, bleken maar beperkt. Europa stimuleert daarom de laatste jaren de productie van dieselolie uit afgewerkte frituurolie. In Nederland zijn Sunoil Biodiesel in Emmen en Biodiesel Kampen in Kampen hiertoe overgegaan.

De afgewerkte frituurolie wordt gemengd met methanol en een katalysator (die de reactie versnelt) en licht verwarmd. De vetzuren die eerst aan glycerol verbonden waren (zoals in de meeste natuurlijke oliën en vetten) verbinden zich nu met methanol. In deze vorm zijn ze, na een zuivering, geschikt als diesel. Het vrijgemaakte glycerol kan, eveneens na zuivering, worden verkocht aan de chemische industrie. De fractie vrije vetzuren die ook overblijft vindt als technisch vet zijn afnemers.

De biodieselproductie is een eenvoudig proces waarbij geen hoge temperaturen optreden. Omdat er in principe ook geen chloor in de grondstoffen zit is het praktisch uitgesloten dat er al doende dioxinen ontstaan. Ze moeten al in de grondstoffen gezeten hebben. In de methanol, of in de ‘katalysator’, die in de praktijk blijkt te kunnen bestaan uit een base (kaliloog) óf zwavelzuur. Het lijkt aannemelijk dat voor de omzetting van frituurolie zwavelzuur wordt gebruikt. Maar het komt niet vaak voor dat methanol en zwavelzuur met dioxine zijn vervuild. Wat niet helemaal valt uit te sluiten is dat in de ene of andere zuiveringsstap gebruik is gemaakt van een kleisoort, zoals bleekaarde. Er zijn kleisoorten, zoals mergelklei, die van nature dioxinen bevatten. In 2004 heeft dat fritesfabriek McCain parten gespeeld.

Ook is mogelijk dat er bij de inzameling van oude frituurolie een verkeerde partij olie is opgenomen. De grondstof is immers schaars, ook de zeepindustrie aast erop. In 1999 leidde dat tot het Belgische dioxineschandaal.