Grenzen aan realpolitik

De uitkomst van het referendum zondag in het zuiden van Soedan staat vast. De christelijke bewoners nemen er dan afscheid van het islamitische noorden dat hen onder leiding van president Omar al-Bashir jarenlang heeft geterroriseerd.

Omdat Bashir nu al heeft gezegd dat hij de uitslag van zondag zal erkennen, neemt het optimisme over een goed vervolg toe. Maar desondanks blijft Bashir, die ook in Darfur een vuile oorlog voert, wel een man die door het Internationale Strafhof (ICC) wordt verdacht van oorlogsmisdaden en zelfs genocide.

Dat roept de vraag op of Bashir met rust zou moeten worden gelaten, zolang hij tenminste woord houdt en niet opnieuw een oorlog tegen het zuiden ontketent. Bij chaos is immers niemand gebaat. Realpolitik staat echter ook op gespannen voet met de principiële politiek van Nederland dat er in de internationale rechtsorde geen oorlogsmisdadigers vrijuit mogen gaan.

De regering wist met dit dilemma deze week even geen raad. Op bezoek in Soedan zei staatssecretaris Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) dinsdag voor de Wereldomroep dat de berechting van president Bashir nu misschien even geen hoge prioriteit zou moeten hebben. „Zijn vertrek zou het noorden van het land kunnen destabiliseren. Eén vonkje kan de boel doen ontploffen”, zou hij hebben gezegd. Gisteren liet hij weten dat de Wereldomroep zijn standpunt niet helemaal correct had weergegeven. Hij had niet gezegd wat hij zelf vond, maar wat hij op zijn reis in Soedan had gehoord.

Een accurate journalistieke werkwijze van Knapen. Maar politiek niet houdbaar, omdat de regering een onwankelbare positie vóór het Internationaal Strafhof inneemt.

Analytisch geredeneerd is Knapen geen flapuit, zoals zijn voorganger Timmermans (PvdA) gisteren zei. En al helemaal niet „onbetamelijk”. Het feit dat het hof in Den Haag resideert, verplicht Nederland niet tot ‘ja en amen’. Zelfstandig nadenken blijft zinvol. De Britse antropoloog Alex de Waal, auteur van vele boeken over Soedan, plaatste ruim twee jaar geleden ook al kanttekeningen bij het arrestatiebevel tegen Bashir. Het zou zijn slachtoffers heus geen bescherming bieden.

Dat neemt niet weg dat juist aan de vooravond van een wankel referendum elke indruk van „koehandel”, zoals Knapens eigen minister Rosenthal (VVD) het formuleerde, uit den boze moet zijn. Hopelijk eerbiedigt Bashir de uitslag van zondag en zoekt hij niet extra bloeddorstige wraak in Darfur. Maar dat wast hem niet schoon van zijn eerdere oorlogsmisdaden. Bovendien zou een deal het gezag van het Internationaal Strafhof, dat toch al weinig gedaan krijgt, ondermijnen. Dat zou de internationale rechtsorde pas echt schade berokkenen. En daarmee ook de toekomst van Zuid-Soedan, dat alleen een stabiel bestaan kan opbouwen als die rechtsorde wordt versterkt en gerespecteerd.