Geloofshuis moet weer jubelen

De restauratie van de ‘nieuwe’ Sint Bavo in Haarlem is deze week begonnen. De kathedraal krijgt onder meer een museum voor de collectie luxe kerkelijke objecten.

Haarlem, 03-01-2011. In en exterieur van de Kathedrale Basiliek Sint Bavo, Het Willibrordusorgel. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Haarlem, 6 jan. - Niets aan de Kathedrale Basiliek Sint Bavo is bescheiden. De omvang alleen al: met 85.000 kubieke meter is dit na de Sint Jan in Den Bosch de groot

ste kerk van Nederland.

Behalve imponerend is het ook exuberant, met zijn waterval aan kapellen met puntdaken, de vele decoraties en zijn groenkoperen Jugendstil koepel. Helemaal bijzonder is de onbekommerde mengeling van stijlen, die van de zware neogotiek via de bloemige Jugendstil naar de Amsterdamse School loopt om te eindigen in de Nieuwe Eerlijkheid van Berlage. Als het een muziekstuk was geweest, dan was het: louter crescendo.

Deze week is een begin gemaakt met de laatste grote kerkrestauratie van Nederland: die van de nieuwe Sint Bavo, tussen 1898 en 1930 gebouwd aan de rand van het centrum van Haarlem. Als alles volgens plan verloopt zal de restauratie zeven jaar duren en 23,5 miljoen euro kosten – als de krimpende en vergrijzende kerkgemeenschap er tenminste in slaagt de ontbrekende 13,5 miljoen aan fondsen aan te boren.

Dan zal de kathedraal ook een museum herbergen voor de verzameling luxe kerkelijke voorwerpen waarmee Louis Napoleon tijdens zijn kortstondige koningschap zijn kapel in het Paleis op de Dam inrichtte. „Met de restauratie moet de kerk niet alleen bouwkundig weer in orde worden gemaakt, maar ook zijn culturele functies terugkrijgen”, zegt Wim Eggenkamp, voorzitter van de stichting die het gebouw beheert en in het dagelijks leven rijksadviseur voor het cultureel erfgoed. „Het museum is daar één van, en er wordt hier ook veel muziek gemaakt. Er is maar één andere kerk in Nederland met een eigen muziekschool, en het Willibrordus-orgel is nog los van de kerk zelf een monument.”

De eerste, ‘oude’ Sint Bavo werd na de Beeldenstorm in de zestiende eeuw, toen katholieken hun geloof niet meer openbaar mochten belijden, een protestantse kerk. Met de ‘nieuwe’ Sint Bavo pakten ze flink uit – behalve een geloofshuis is het ook een jubelkreet. Naast de Utrechtse Dom is dit de enige nog bestaande kerk die als kathedraal is gebouwd.

Als architect werden de Limburgse vader en zoon Cuypers aangetrokken. Vader Pierre, bekend van Amsterdams Centraal Station en het Rijksmuseum, tekende de plattegrond en een aantal glas-in-lood ramen en droeg vervolgens het werk over aan zijn zoon Jos.

„Je ziet aan zowel de kunst als de architectuur hier dat Cuypers junior niet dogmatisch was”, zegt Eggenkamp. „Hij haalde ook jonge katholieke kunstenaars erbij die later beroemd zijn geworden, zoals Jan Toorop en beeldhouwer Mari Andriessen, die koningin Beatrix les heeft gegeven.” In een zijkapel heeft Toorop een aantal beeldschone, etherische blauwe tegeltableaus gemaakt waarop zijn vrouw, zijn dochter Charley en hijzelf – als geest – figureren.

„Ik vind het opmerkelijk hoe soepel de architect in de dertig jaar dat hij hier aan het bouwen was, de overgang wist te maken van de ene stijl op de andere. Het schip met zijn spitsbogen is onmiskenbaar neogotisch, maar de bronzen Jugendstil preekstoel met die krullende takken en sprieten en de koepel zijn van een heel andere tijd en esthetiek.”

We lopen door het schip naar de hoofdingang aan de westkant en kijken recht omhoog in de twee torens in de stijl van Cuypers’ tijdgenoot Berlage – strak, ingetogen. Eggenkamp: „Het credo van Jos Cuypers was: ‘Er is vernieuwing nodig, maar steeds op basis van de traditie, dus evolutionair in plaats van revolutionair’.”

Vanaf een balkon hoog in het gebouw zijn de gebreken goed zichtbaar: de glas-in-lood ramen zakken door hun loden voegen, de bakstenen schoorstenen scheuren, de natuurstenen goten zijn gaan wrikken en barsten. Binnen zijn er vochtplekken en zoutuitslag te zien. „Alles is te verhelpen behalve het vocht”, zegt de projectleider bij Van Hoogevest, Louis Gerdessen. „Elk neogotisch gebouw houdt vocht te lang vast. Zowel de stenen die ze toen gebruikten als de mortel zijn te hard. Men dacht stevig te bouwen, maar het metselwerk mist de elasticiteit die het in de middeleeuwen nog wel had.”

Een van de controversiële ingrepen is het vervangen van al het zink met koper. Koper komt behalve op de koepel nergens voor. „De koepel is juist het probleem”, legt hij uit. „Toen die rond 1900 werd gebouwd was koper een nieuw materiaal in de bouw. Ze wisten toen niet dat het regenwater dat van koper afspoelt, het zink aantast. We hebben enorme discussies gehad met de Rijksdienst hierover. Maar we hebben geen keus, het koper op de koepel moet natuurlijk blijven.”

Dit is het eerste gebouw van Cuypers junior dat Gerdessen onder handen heeft. „Zijn vader wilde altijd een kathedraal bouwen, maar is nooit verder gekomen dan kerken met kathedraalachtige trekken. Maar Jos Cuypers bouwde én een kathedraal in Haarlem én een beurs in Amsterdam, naast die van Berlage. Hij heeft dus het meeste succes gehad – of geluk gehad met zijn opdrachten.”

Meer foto’s van de kathederaal op nrc.nl