Geestelijke, held of toch gangster

Na meer dan drie jaar in ballingschap in Iran is Muqtada Sadr weer thuis in Irak. Hij is de held van de shi’itische onderklasse gebleven.

Jubelende aanhangers hebben gisteren hun held Muqtada Sadr in de heilige stad Najaf ingehaald, meer dan drie jaar nadat de Iraakse populistische shi’itische geestelijke naar ballingschap in Iran was vertrokken. Maar zijn vele tegenstanders herinneren zich de sektarische moorden en het algemene schrikbewind door zijn militie, het Leger van de Mahdi, tijdens de burgeroorlog in 2006 en 2007.

Sadrs terugkeer, tijdelijk dan wel voorgoed, is volgens aanhangers onderdeel van een akkoord met premier Nouri al-Maliki. Zijn steun, onder druk van Iran, zorgde er immers voor dat Maliki opnieuw premier kon worden. Sadrs beweging, die 39 van de 325 parlementszetels heeft, maakt met zeven ministers deel uit van Maliki’s nieuwe regering, die vorige maand aantrad.

Officieel was Muqtada Sadr (40) sinds 2007 in de shi’itische heilige stad Qom om zijn religieuze kennis te verdiepen. Het nieuws van zijn terugkeer meldt niet of hij intussen de rang van ayatollah heeft bereikt, zoals zijn zeer gerespecteerde vader Mohammed Sadiq al-Sadr. Zijn vader werd in 1998 met twee van zijn zoons door Saddam Hussein via een gearrangeerd auto-ongeluk vermoord.

Zijn vader was een soort heilige voor de miljoenen shi’itische armen, een status waarop Muqtada later meeliftte. De rivaliserende ayatollah-familie van de Hakims vertegenwoordigt het shi’itische establishment dat niets van de Sadrs moet hebben.

De Amerikaanse bezettingsautoriteiten bespotten hem als politieke gangster en outlaw en zijn Leger van de Mahdi als een bende straatvechters, maar bleken niet in staat hen te elimineren. Vanaf februari 2006, nadat sunnitische extremisten de koepel van het heiligste shi’itische heiligdom, de Gouden Moskee in Samarra, hadden opgeblazen, maakte de militie zich wijd en zijd gehaat door haar gruwelijke sektarische moorden. Maar met het sociale werk waarin zijn beweging ook voorzag en zijn anti-Amerikaanse preken bleef Muqtada Sadr toch een Robin Hood voor een groot deel van de onderklasse. In 2007 hielp hij de burgeroorlog beëindigen door een staakt-het-vuren af te kondigen.

Maliki gaf in 2008 persoonlijk leiding aan offensieven in Bagdad en Basra tegen resterende bolwerken van het Leger van de Mahdi – vandaar dat Iran zware druk op Sadr moest uitoefenen voor Muqtada Sadr bereid was diens nieuwe regering te steunen. Tegenstanders zijn nu bang dat de militie op straat kan terugkeren. Op dit moment echter ijvert zijn politieke beweging voor verbetering van de publieke diensten en religieuze hobby’s als sluiting van de bars van Bagdad.