'Europa moet meer te zeggen krijgen'

Europa moet niet minder, maar juist meer te zeggen krijgen over de lidstaten, vindt topman Chris Buijink van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. „Nederland heeft veel te winnen bij een sterk Europa.”

Michèle de Waard

‘Wie betaalt bepaalt. Zo simpel is het, ook in Europa.” Chris Buijink, de hoogste ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zegt het beslist. „Als Europese landen zoals Nederland moeten meebetalen om probleemgevallen als Griekenland en Ierland te redden, dan moeten zij ook iets in de melk te brokkelen hebben”, zegt Buijink.

Wat dat betekent? „Dat het Europese collectief meer te zeggen moet krijgen over de binnenlandse politiek van de lidstaten. Ja, inderdaad, over de ontwikkeling van de lonen, de arbeidsmarkt, de concurrentiepositie. Landen in de eurogroep moeten verplicht worden hun eigen economie op orde te brengen.”

Buijink, de secretaris-generaal van het ministerie, heeft dit jaar een brisant thema gekozen voor zijn Nieuwjaarsartikel in Economisch Statistische Berichten (ESB) dat vandaag is verschenen. Een traditie van het vakblad voor economen, die al sinds 1957 bestaat.

Eén keer per jaar, in de eerste week van januari, spreekt ‘het orakel’ van de Bezuidenhoutseweg in Den Haag waar het ministerie zetelt. Dan stuurt de ‘SG’ van Economische Zaken, landbouw en innovatie een richtinggevende boodschap over de economische situatie het land in – met een opdracht voor Nederland. Vorig jaar was het ‘Kiezen voor groei’; na de diepe recessie moesten politici niet de fout maken om ondoordachte bezuinigingen door te voeren die de economie konden schaden.

Voor 2011 legt Buijink de nadruk op versterking van de Europese samenwerking en de Europese economie. Met het accent op de E van economie, want de 17 eurolanden hebben in de Economische en Monetaire Unie (EMU) in Europa te veel de nadruk gelegd op begrotingstekorten en overheidsfinanciën. De ontwikkeling van elkaars economieën is onvoldoende aan bod gekomen, vindt hij.

„De stijgende overheidstekorten in landen zoals Portugal, Spanje, maar ook Griekenland en Ierland, hebben niet alleen te maken met het budgettaire beleid, maar hangen nauw samen met een kwetsbare economische structuur. Ierland leunde te eenzijdig op de financiële en, net als Spanje, op de onroerendgoedsector.”

„In het verleden konden landen hun nationale munt devalueren om hun concurrentiepositie te verbeteren. In de eurozone kan dat niet meer. Dan zijn meteen pijnlijke maatregelen nodig zoals aanpassing van lonen en prijzen. Daar moeten landen elkaar voortaan op kunnen afrekenen.”

U pleit voor meer Europese bemoeienis het elkaars overheidbeleid?

„Zeker. Daarover zullen we in Nederland het debat moeten voeren. We gaan economisch en financieel door een zeer turbulente tijd. De eerste fase na het uitbreken van de kredietcrisis, zijn we goed doorgekomen. Grote ontsporingen zijn voorkomen. Nu moeten we maatregelen treffen om te zorgen dat de euro crisisbestendig wordt. Daar is actie voor nodig.”

Is dat realistisch, de gedoogpartner van dit kabinet wil juist minder Europa in plaats van meer?

„Het is in ons eigen belang. We kunnen in Europa niet de rekening betalen zonder dat er zeggenschap voor terugkomt. Als er 750 miljard euro wordt gemobiliseerd door landen om probleemgevallen te redden zoals Griekenland, mogelijk ook anderen, moet je kunnen zeggen: wat komt ervoor terug. Kunnen we nu ook structurele hervormingen van de economie verwachten. Anders is het huidige model onhoudbaar.”

Is de euro te handhaven als er zulke grote economische verschillen zijn tussen landen?

„Absoluut. We werken sinds de oprichting van de EMU al hard om de verschillen kleiner te maken. De euro heeft ons zoveel welvaart gebracht. Zeker een handelsland als Nederland heeft veel baat bij monetaire en economische stabiliteit. Als de euro er niet was geweest tijdens het uitbreken van de internationale kredietcrisis was het een bloedbad geworden op de Europese valutamarkten. Dat had rampzalige gevolgen gehad voor de Nederlandse economie en voor bedrijven. Maar versterking van de eurogroep is noodzakelijk. Dat is juist in het belang van werknemers. De controle schiet nu tekort.”

Hoe moet die controle van elkaars economische politiek eruit zien?

„Zover als met Griekenland mag het niet komen. Landen die steun krijgen van andere lidstaten moeten hun begroting vooraf laten inzien om inzicht te krijgen in de economische ontwikkeling. Bij de euro controleren de ministers van Financiën elkaar op de ontwikkeling van tekorten, schulden en inflatie. Je kunt daravoor een lijst gebruiken met macro-economische criteria, zoals loonkosten, opleidingsniveau van de beroepsbevolking, flexibiliteit van de arbeidsmarkt, pensioenen. Daarop moeten de ministers van Economische en Sociale Zaken elkaar kunnen aanspreken.”

Het ontbreekt bij de euro juist aan strenge sancties.

„Dat moet verbeteren. We moeten strenger controleren. Harde sancties zijn nodig die tijdig worden ingezet. Je kunt je afvragen of een geldboete zinnig is bij landen die in financiële problemen raken. Veel effectiever is het om zwakke broeders, die in gebreke blijven tijdelijk stemrecht te ontnemen, bijvoorbeeld als het gaat om de verdeling van forse Europese subsidies, zoals de fondsen ter verbetering van de economische structuur van een land.”

Verwacht u werkelijk dat de Duitse kanselier en de Franse president zich op de vingers laten tikken over hun eigen loon- en pensioenpolitiek?

„Er zal een krachtig signaal moeten komen van de Europese leiders die zeggen: We staan voor onze club! En dat betekent dat er niet minder, maar meer Europa nodig is. Wil Europa geloofwaardig zijn in de wereld waar we met krachtig groeiende economieën als China, India, Brazilië en Rusland te maken hebben, dan zal ze het spel beter moeten spelen.

„We hebben veel te winnen bij verdere versterking van de Europese economie. Verdere verbetering van de interne markt levert de komende jaren vier procent extra groei op. Het is toch zot dat Nederlandse vrachtwagens die hun goederen in Spanje hebben afgeleverd, geen vracht mee terug mogen nemen voor bijvoorbeeld Frankrijk.

„Nederland moet zich vol inzetten voor Europa. Er staat heel veel op het spel. Dat moet iedereen zich goed realiseren.”