Er is alle tijd voor haar als attractie

Eenvoudig is het niet om deze film te zien en te ondergaan.

Regisseur Kechiche dwingt de kijker resoluut in de rol van naargeestig voyeur.

Het nieuwe filmjaar begint met een optater van jewelste, een doffe dreun die de kijker nog lang zal heugen. Vénus Noire van Abdellatif Kechiche is een grootse film van een van de belangrijkste filmregisseurs van dit moment, maar eenvoudig is het niet om deze film te zien en te ondergaan. Kechiche dwingt de kijker resoluut in de rol van naargeestig voyeur en staat elke vorm van positieve identificatie in de weg.

Vénus Noire vertelt het lijdensverhaal van Saartjie Baartman: een Zuid-Afrikaanse vrouw die behoorde tot het volk van de Khoikhoi (door de Boeren Hottentotten genoemd). Begin negentiende eeuw werd ze naar Europa gehaald. Ze trok met haar uitzonderlijke anatomie – vooral door haar omvangrijke billen – bekijks als kermisattractie in Londen en op chique Parijse seksfeestjes, gleed daarna af naar de prostitutie, zocht vergetelheid in alcohol en overleed in 1815, vermoedelijk aan een longontsteking, nog geen vijf jaar nadat ze in Europa was gearriveerd. In 2002 keerden haar stoffelijke resten, die anderhalve eeuw in het Parijse Musée de l’Homme te zien waren, terug naar Zuid-Afrika.

In Vénus Noire komt de kijker eigenlijk maar mondjesmaat iets over Baartman te weten, terwijl Kechiche alle tijd neemt om de vrouw te tonen als attractie: aangegaapt en betast door dronken kermisgangers, ontleed en opgemeten door wetenschappers. Hij laat haar zien door de ogen van het opgehitste, zweterige publiek en geen regisseur kan de mens die buiten zinnen raakt, zo trefzeker schetsen als Kechiche. Hij laat zijn publiek kijken naar publiek, in een perverse broederschap die twee eeuwen omspant.

Door het zwijgen, de leegte, de holle blik in haar ogen en de fysieke presentie van zijn actrice, Yahima Torrès, te onderstrepen geeft hij een verpletterend beeld van koloniale verhoudingen. En van de gekoloniseerde mens die, ook voor zichzelf, is gereduceerd tot lichaam, tot object voor de toeschouwers om zich aan te verlustigen en bij te huiveren. Zelfs in haar kortstondige oplevingen van verzet maakt Baartman nog een gelaten indruk; ook in haar intense verdriet blijft ze passief, niet in staat om echt voor zichzelf te spreken. De leegte is het grootste leed dat haar is berokkend.

Op het koloniale verleden wordt liefst teruggeblikt vanuit het perspectief van het ‘nobele’ slachtoffer, die – hoe mensonterend de omstandigheden ook zijn – nog een graad van zelfbeschikking, van ‘empowerment’ wordt gegund. Maar dat zegt meer over de therapeutische cultuur van nu dan over de historische werkelijkheid. Ook bij Kechiche is die speelruimte niet helemaal afwezig: Baartman kreeg zelfs de kans om voor de Britse rechter te verschijnen nadat er een zaak was aangespannen wegens haar vermeende slavernij. Ze verklaarde daar volledig uit vrije wil te handelen. Maar dat maakt de situatie alleen maar schrijnender, zoals Kechiche terecht heeft opgemerkt. De kijker kan medelijden hebben met Baartman, maar zich niet met haar vereenzelvigen. Daar zit de pijn.

De vele bewonderaars van La graine et le mulet, de vorige film van Kechiche, zullen zijn hand onmiddellijk herkennen. De vele, terloopse herhalingen en lange scènes hebben opnieuw een film van uitzonderlijke lengte opgeleverd, bijna drie uur. Alleen door zoveel tijd te nemen, kan Kechiche de realiteit benaderen van het dagelijks leven, dat zich voortdurend herhaalt, in kleine, veelzeggende variaties. Keer op keer zien we de optredens van Saartjie – in real time en steeds verregaande staat van ontluistering.

Kechiche geeft de kijker ook niet de kans om zich vrijblijvend te verbazen over die malle, ‘foute’ voorouders. De hitsige, op kicks jagende spektakelmaatschappij van tweehonderd jaar geleden verschilt niet zoveel van de huidige. De ‘Hottentot Venus’ is nog steeds in miljoenen andere gedaanten terug te vinden op internet. Er is vraag naar.

Vénus Noire (Black Venus)

Regie: Abdellatif Kechiche. Met: Yahima Torrès, André Jacobs, Olivier Gourmet. In: 9 bioscopen.****