Een alleenstaand bloederig tartaartje

Na twee jaar Nederland drink ik geroutineerd de vreemde koeienmelk. Ik begin te houden van kleffe jonge kaas. Ik hou van kokos op brood, van kaneelbeschuitjes en echte Engelse thee. Ik eet hier dadels en vijgen en de groene kikkertaart van gelatine tijdens Afrikaanse feestjes mis ik niet meer echt.

Karnemelk is nooit helemaal ingeburgerd, net als de bittere witlof in de wintermaanden.

Het smaakt hier als viergranenrijst, als de witte wijn in kaasfondue die te snel smelt. Als mandarijnen met Sinterklaas en zomerse bananen die ruiken naar bananentaart. Het smaakt hier als gele vitamine C en als witte koffiemelkpoeder die ik ’s nachts uit de glazen pot steel. Als een rond alleenstaand bloederig tartaartje op een bord in plaats van stukken malse kip uit een houten bak waar iedereen tegelijk zijn vingers in steekt.

Nederland smaakt snotterig, omdat ik door kou niets meer kan proeven. Soms proef ik opeens strakke afspraken die na moeten worden gekomen, en de ijzeren straf zodra je dat niet doet. De smaak van weggesmoorde smoezen, van woede exploderend in de gangen naast het toilet. Het smaakt als een pleister die te lang plakt op mijn huid die maar geen korstje kan maken. Het smaakt als warme troost en als beloning van warme chocolademelk.

Ik proef de paniek van niet kunnen rekenen en de trots van een tien voor een biologieproefwerk. Ik proef het genot van zinnen schrijven en van het vasthouden van een echte vulpen. Het smaakt als stukjes kunststof omdat ik te lang op de dop heb gekauwd. Als triomfantelijk opklimmen tot het topje van een elegante populier zodat ik kan uitkijken over de daken van de stad.

Monica de Ruiter (1971) groeide op in Indonesië en Gabon (West-Afrika). Ze werkt als journalist, schrijver en dichter.