Deze reus is 300.000 euro waard

De blauwvintonijn is een beschermde soort, maar Japanners zijn gek op de vettige vis, waarvan vooral sushi wordt gemaakt.

De vangst van de vis is voor een deel aan banden gelegd.

De tonijn van tegenwoordig verlangt terug naar de jaren zestig. Toen mochten zijn voorvaderen nog dartel rondzwemmen in de wereldzeeën, zonder al te groot gevaar ineens te worden gevangen. Tonijn was een sportvis, met weinig economische waarde, die hooguit eindigde als kattenvoer.

Die goede tijden voor het dier zijn voorbij. De moderne Japanner ontdekte de vis, met zijn stevige rossige vlees, als de ideale basis voor sushi en sashimi (sushi zonder rijst). Vooral de maguro, de reusachtige blauwvintonijn, is voor Japanners een niet te versmaden lekkernij, waar ze goud geld voor neertellen. De consumptie van de blauwvintonijn is zo bovenmatig dat de vis op de lijst van bedreigde diersoorten terecht is gekomen.

Gisteren had, bij het krieken van de dag, de eerste tonijnveiling van het jaar plaats op de visafslag Tsukiji van Tokio. Zoals in Nederland het eerste vaatje Hollandse nieuwe in de lente bij opbod wordt verkocht, kennen de Japanners in januari de traditie op de grootste tonijn te bieden. Gisteren was dat een joekel van een blauwvintonijn, 342 kilo schoon aan de haak. De vis, gevangen in de Stille Oceaan ten noorden van Japan, bracht 32 miljoen yen op, omgerekend 300.000 euro. De 342 kilo wegende blauwvintonijn was, omgerekend naar gewicht niet de duurste ooit. Tien jaar geleden bracht een 202 kilo zware blauwvintonijn ruim 180.000 euro op.

De twee blijde kopers waren dezelfde die ook vorig jaar de grootste tonijn kochten. De eigenaar van Kyubey, een sushirestaurant in de chique wijk Ginza in Tokio telde het bedrag neer, samen met Itamae Sushi, een keten van restaurants in Hongkong.

De verkochte blauwvintonijn was een van de 538 exemplaren die gisteren werden verhandeld op Tsukiji, de grootste vismarkt ter wereld. De prijzen daar worden gezien als maatgevend voor de economie van de visindustrie. „Het was een uitzonderlijke grote vis, maar de prijs verraste ons toch”, zei een woordvoerder van Tsukiji, tegen persbureau AP.

Japanners zijn verreweg de grootste consumenten van zeevis, met een voorkeur voor bepaalde soorten. Zo gaat 80 procent van alle blauwvintonijn naar Japan. De vissen worden hoofdzakelijk gevangen in de Atlantische en Stille Oceaan en de Middellandse Zee. De visindustrie verzet zich tegen vangstbeperkingen van de lucratieve tonijn. Eén hapje van de vettige vis brengt in een Japans restaurant gemakkelijk 18 euro op.

Afgelopen november stemde de internationale commissie voor behoud van de Atlantische tonijn (ICCAT) in met een verlaging van het vangstquotum voor blauwvintonijn in de oostelijke Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Vanaf 2011 mag per jaar nog 12.900 metrische ton van deze vis worden gevangen – dit was in 2010 nog 13.500 ton. De commissie wil ook strenger toezien op de naleving van het besluit.

Milieuorganisaties waren ontstemd over de uitspraak van ICCAT. Volgens het Wereldnatuurfonds en andere organisaties moet de vangst van het aantal blauwvintonijnen met veel meer worden beperkt of helemaal worden stopgezet om er voor te zorgen dat de soort overleeft.

De Europese Unie besloot vorige maand tot vangstbeperking voor kabeljauw, ook een bedreigde vissoort. De EU-ministers van visserij willen dat er dit jaar een kwart minder kabeljauw wordt gevangen voor de kusten van Schotland en Ierland. Vissers en hun organisaties hebben woedend gereageerd op de vangstbeperking die zou leiden tot groot banenverlies.