'Den Haag moet Bahrami helpen'

De dochter van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami, die in Iran ter dood is veroordeeld, heeft gisteren een dringend beroep gedaan op de Nederlandse regering. Die moet volgens haar, meer dan tot nog toe is gebeurd, haar best doen Bahrami van de strop te redden, zegt ze in een vraaggesprek met deze krant.

„Want ze hebben nog niet veel gedaan”, aldus Banafsheh Najebpour. Bahrami’s advocaat, Jinous Sharif-Razi, zei vorige maand al dat Den Haag „niets” deed voor haar client.

Bahrami werd 29 december door een rechtbank in Teheran ter dood veroordeeld wegens drugshandel. Najebpour hoorde dit maandag van de advocaat. Deze zei gisteren te hebben gewacht met het naar buiten brengen van het vonnis tot zij Najebpour in persoon kon spreken.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag is de afgelopen tijd juist alles in het werk gesteld om bijstand te verlenen, maar weigeren de Iraanse autoriteiten elke toegang. Die staan op het standpunt dat Bahrami een Iraans staatsburger is waar Nederland geen bemoeienis mee hoeft te hebben. Om die reden werden Nederlandse ambassademedewerkers ook niet tot het proces toegelaten. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) heeft gisteren via de Iraanse ambassadeur in Den Haag opnieuw gevraagd consulaire bijstand voor Bahrami mogelijk te maken.

Na Bahrami’s arrestatie op 31 december 2009, trof de Iraanse politie in Bahrami’s woning in Karaj 450 gram cocaïne en 420 gram opium aan. Op het bezit of verhandelen van meer dan 30 gram cocaïne staat in Iran de doodstraf. In drugszaken is in Iran geen beroep mogelijk. De enige uitweg is een gratiecommissie. Bahrami’s dochter wees erop dat „weinig mensen daar succesvol zijn geweest, tenzij er zware druk wordt uitgeoefend”. In dat verband vroeg ze de Nederlandse regering als „democratische regering die die mensenrechten verdedigt” de pressie op te voeren. „Anders is er niet veel hoop.”

Bahrami’s advocaat onderstreepte dat ze niet kan worden opgehangen tot haar tweede proces, wegens deelname aan anti-regeringsprotesten en lidmaatschap van een gewapende oppositiegroep, is afgerond. Daarvoor is nog geen datum vastgesteld.

Bahrami is midden jaren 90 met haar zoon naar Spijkenisse verhuisd. Haar twee dochters bleven bij hun vader in Iran. Bahrami spreekt vloeiend Nederlands. Sinds 2006 woonde ze in Londen.