China redt Spanje van de afgrond

Terwijl Portugal gisteren opnieuw meer betaalde over zijn staatsschuld, kreeg Spanje een steuntje in de rug van de bezoekende Chinese vicepremier Li.

Als eerste wankelende euroland dit jaar plaatste Portugal gisteren nieuwe staatsschuld in de markt. De uitkomst van die veiling beloofde weinig goeds voor de rest van 2011. Lissabon verkocht voor 500 miljoen euro aan obrigações do tesouro (staatsobligaties) met een looptijd van zes maanden en betaalde daarover 3,68 procent rente. Bij een vergelijkbare veiling in september bedroeg de rente nog 2,04 procent. En een jaar geleden slechts 0,59 procent.

Deze forse renteopslag toont dat beleggers wantrouwend blijven over de kredietwaardigheid van het land. Uit vrees dat Portugal zijn schuld niet kan afbetalen of zal moeten herstructureren, vragen zij een hoger rendement.

De Portugese regering presenteerde de veiling echter als teken dat het vertrouwen in het land juist terugkeert. Zij wees op de vraag, die 2,6 keer zo groot was geweest als het aanbod. Vergeleken met 2010, toen veilingen gemiddeld 2,4 keer werden overschreven, was dit relatief hoog, zo stelde de staatssecretaris Carlos Costa Pina tegenover het nationale persbureau Lusa. En, zo relativeerde de staatssecretaris, het renteniveau van 3,68 procent was „minder hoog dan de rente die wordt gevraagd op de obligatiemarkt voor Portugese staatsschuld”.

Beide variabelen toonden volgens Costa Pina aan dat investeerders de recente begrotingsmaatregelen van de regering „positief” inschatten. Lissabon wil zijn begrotingstekort dit jaar terugdringen tot 4,6 procent. In 2009 bedroeg dit nog 9,3 procent.

Anderen toonden zich minder enthousiast. Zo liet analist Filipe Silva van de Portugese zakenbank Carregosa aan kwaliteitskrant Público weten dat de hoge renteopslag „de situatie niet erg bemoedigend maakt”.

De relatief korte looptijd van de gisteren uitgegeven schuld betekdent ook dat de veiling geen ideale graadmeter vormde voor het investeerdervertrouwen in Portugal. Dat zijn eerder de staatsobligaties van 10 jaar, die Lissabon waarschijnlijk later deze maand veilt. De rentekoers daarvan steeg gistermiddag, en vanochtend gewoond door, tot 6,7 procent rond het middaguur vandaag.

Het voedt de speculaties dat Portugal in de loop van dit jaar buitenlandse hulp zal moeten aanvragen. De Portugese minister van Financiën, Fernando Teixeira dos Santos, liet zich afgelopen herfst al ontvallen dat een renteniveau van 7 procent „onhoudbaar” zou zijn. Maar toen de rente op 10 november voor het eerst boven die grens piekte, deed Lissabon vervolgens geen beroep op het noodfonds van de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds.

Terwijl Portugal daarmee aan de rand van de financiële afgrond blijft wankelen, zette het grote buurland Spanje gisteren een kleine stap weg van het ravijn. De Chinese vicepremier Li Keqiang beloofde tijdens een bezoek aan Madrid dat zijn land Spaanse obligaties zal blijven opkopen. China bezit nu 25 miljard euro aan Spaanse staatsschuld en daar komt op korte termijn nog eens 6 miljard bij, zo maakt Li gisteren bekend.

„Ik ben hier gekomen om een boodschap van vertrouwen af te geven”, stelde hij tijdens een ontbijt met Spaanse ondernemer. Peking wil Spaanse schuld blijven kopen, want het is „een verantwoordelijke investeerder” die Spanje ,,in voor- en tegenspoed” steunt.

De aankopen die Li toezegde zijn voor China, dat over enorme valutareserves beschikt, kruimelwerk. Maar in Spanje werden ze onthaald als belangrijke steun in de rug. Weinig kranten konden vanochtend de verleiding weerstaan een link te leggen tussen Li’s bezoek en Reyes Magos. Bij die feestdag, die vandaag gevierd wordt, brengen de drie koningen uit het Oosten cadeautjes.

China’s ‘hulp’ is echter geen liefdadigheid. In Li’s gevolg reisde een zware commerciële delegatie mee, die een dozijn bilaterale handelsakkoorden sloot. China toonde zich geïnteresseerd in Spaanse bank BBVA en in de luchtverkeersleidingsystemen van Indra. Maar ook in druiven, wijn, dure ham en olijfolie.

De akkoorden moeten de onderlinge handel dit jaar uitbreiden tot 40 miljard euro (van 22 miljard in 2008). Dat is niet per se in het belang van Spanje, zo waarschuwde zakenkrant Cinco Días vanochtend. De Spaanse import uit China is zeven keer zo groot als de export naar dat land. Door die verhouding meer in evenwicht te brengen, zou Spanje het structurele tekort op de betalingsbalans kunnen terugdringen. Alleen dan zal Spanje minder afhankelijk worden van buitenlandse schuldopkopers.