Barneveld is in het teken van het ei

Barneveld is het centrum van de Nederlandse ‘ei-industrie’. Hier zijn ook de besmette Duitse eieren verwerkt, maar niemand wil de betrokken bedrijven met name noemen.

barneveld eier verwerkings bedrijf eicom foto rien zilvold

Lolke van der Heide

Het leven van Henk van Hamersveld (57) staat in het teken van het ei. „Ik weet niet beter, ik denk alleen in termen van eieren”, zegt de directeur van Eicom, een bedrijf dat eieren en eiproducten verhandelt in Barneveld. En hij lust ze ook: Van Hamersveld eet zeker zeven stuks per dag.

Barneveld is het centrum van de Nederlandse eiproductie. Rondom het Veluwse dorp liggen tientallen boerderijen met legkippen. Op industrieterrein Harselaar staan de panden van groothandelaren en verwerkende bedrijven. In de lucht hangt de doordringende geur van kippen, mest en eieren.

Een partij van 136.000 met dioxine besmette eieren uit Duitsland kwam vorige maand in Barneveld terecht. Bij twee bedrijven, maar welke? De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) wil de namen niet bekendmaken. Een van de firma’s die door betrokkenen in Barneveld veelvuldig wordt genoemd is Schaffelaarbos Van de Steeg. Directeur Jan van de Steeg reageert geagiteerd op de vraag of zijn bedrijf bij de zaak is betrokken. „Daar werk ik niet aan mee”, snauwt hij. Einde verhaal. Schaffelaarbos produceert eipoeder en eischaalgrit, die dienen als basisproduct voor onder meer varkens- en kippenvoer en voor shampoo. Onduidelijk is hoeveel van de besmette eieren al waren verwerkt voordat de dioxine werd ontdekt.

De autoriteiten spreken elkaar op dit punt tegen. Het Productschap Pluimvee en Eieren zegt dat alle eieren tijdig zijn onderschept en niet in verwerkte vorm in de voedselketen terecht zijn gekomen. De nVWA meldt daarentegen dat een deel van de eiproducten, gemaakt op basis van de besmette eieren, wel degelijk is verwerkt. „Een ander deel is tijdig geblokkeerd”, zegt een woordvoerster van de autoriteit. Ze benadrukt dat de Duitse eieren „van lage kwaliteit” waren en niet bestemd voor menselijke consumptie. De Algemene Nederlandse Vereniging van Eierhandelaren (Anevei) nuanceert dit. „Het ging om B-eieren, die kunnen worden verwerkt in bakproducten als cake”, zegt voorzitter Arend Mijs van Anevei.

Henk van Hamersveld vindt dat de ophef om de eieren uit Duitsland overdreven. „Àls het al besmette eieren waren dan is de meeste dioxine uit het eindproduct verdwenen omdat de eieren worden verhit en gedroogd.” De nVWA ondersteunt die visie. „Onze deskundigen zeggen dat de besmette eieren zijn vermengd met andere eieren tot het product eipoeder. Eventuele schadelijke stoffen zijn zo verdund dat het risico voor de volksgezondheid minimaal is”, aldus de woordvoerster.

Eicom en de meeste andere bedrijven in Barneveld verwerken alleen Nederlandse eieren. „Wij zijn een eiproducerend land en sterk gericht op de export”, zegt Van Hamersveld. Hij verzekert dat het algemene toezicht op eieren streng is. „Het product staat onder voortdurende controle van laboratoria en toezichthouders. De nVWA komt hier een paar keer per jaar onaangekondigd langs”

In het ‘pakstation’ van Eicom laat de directeur de dagelijkse gang van zaken zien. Eieren komen van de boer binnen en gaan door de ‘crack’, een apparaat dat automatisch de verkeerde exemplaren er uit haalt. Daarna worden de eieren machinaal verpakt in dozen. Een deel van de eieren wordt gekookt, gepeld en verpakt in emmers, bestemd voor de horeca en voedselverwerkende bedrijven. „Hier kan niets fout gaan”, verzekert Van Hamersveld.

Eicom verwerkt 2,5 miljoen eieren per week. Hoe vaak is de directeur besmette eieren tegengekomen? „Ik heb al een eierleven van ruim veertig jaar achter de rug en heb het één keer meegemaakt dat een partij werd afgekeurd.”

Arend Mijs van Anevei is niettemin geschrokken door het opduiken van de dioxine-eieren uit Duitsland. „Dit zijn sombere tijden. De consument reageert direct door minder te kopen.” Anevei heeft zijn leden geadviseerd geen eieren meer te betrekken bij de ‘besmette’ Duitse kippenboeren.

Mijs vindt dat de sector zelf eigenlijk geen blaam treft. „Het zijn de sjoemelaars met vet die dit schandaal in gang hebben gezet.”