Ambulances willen niet de steen op de ruit die bedoeld is voor de politie

De ambulance wordt beschouwd als deel van de veiligheid en de openbare orde, samen met politie en brandweer. Ten onrechte, schrijft Thijs Gras.

Iedereen denkt bij een ambulance aan ongelukken en ellende. Dat klopt. Ambulances zijn nodig bij verwondingen, ziekten, beroertes en hartfalen.

Maar bestuurders plaatsen de ambulancezorg in dezelfde hoek als de politie en de brandweer. Dat klopt niet. Aan 80 procent van het ambulancewerk komt geen brandweer of politie te pas. Dit geldt voor ritten zonder zwaailicht en sirene, zoals besteld vervoer naar het ziekenhuis of het tophalen van zieke mensen, maar ook voor spoedgevallen, bijvoorbeeld voor iemand die is getroffen door een hartinfarct of beroerte, een gevallen sporter of iemand met een appendicitis.

De Nederlandse ambulancesector staat nu op een T-splitsing. Wordt de sector beschouwd als zorg of als deel van de openbare orde en veiligheid?

Op 1 januari had de nieuwe Wet ambulancezorg van kracht moeten worden, ware het niet dat de invoering ervan opnieuw is uitgesteld. De sector heeft al patiëntgerichte voorzieningen getroffen.

Helaas komt het zorgaspect onder druk te staan. Dat is vanuit patiëntperspectief geen wenselijke ontwikkeling. Het zou jammer zijn als de regio-indeling van de politie leidraad wordt voor de medische zorg. Diverse principiële en praktische redenen zijn aan te dragen om ambulances te scheiden van brandweer en politie.

Ten eerste zijn we in Nederland zeer gesteld op onze privacy, zeker wat betreft medische zaken. Het gaat niemand wat aan of je dronken bent gevallen of lijdt aan astma. Met medische informatie mogen medische hulpverleners niet lichtzinnig omspringen. Zij hebben hun zwijgplicht, die juridisch uitgaat boven de burgerplicht.

Ten tweede is die scheiding essentieel voor de veiligheid van medische hulpverleners. Zij dienen onpartijdig hulp te verlenen aan eenieder die dit behoeft, ook aan een neergeschoten overvaller of de dronken autobestuurder die net een kind heeft aangereden en tegen een boom is geknald. Aan deze neutraliteit ontlenen de hulpverleners hun vertrouwen en daarmee hun veiligheid. De politie heeft in veel situaties andere belangen. In aanwezigheid van de politie proberen mensen zaken te verbergen of hun arrestatie te voorkomen.

Het is te betreuren dat veel meldkamers van brandweer, politie en ambulancedienst zijn samengegaan. Op papier is de afscherming van medische informatie vaak wel geregeld. In de praktijk is dat lastiger, als de politie over je schouder meekijkt. Dit zou ertoe kunnen leiden dat mensen in nood toch geen ambulance bellen.

Aan het samen in één ruimte zitten kleven ook praktische bezwaren. Het werk van de drie diensten overlapt elkaar nauwelijks. De ambulancedienst die een melder voorziet van een reanimatie-instructie en het ziekenhuis een voormelding geeft, kan last hebben van de politie die druk bezig is met een overval of de brandweer die een grote brand bestrijdt. Het samen zitten biedt ook geen garantie dat cruciale informatie wordt gedeeld, zoals twee jaar geleden bleek bij het neergestorte toestel van Turkish Airlines. Het digitaal uitwisselen van informatie lijkt me efficiënter.

Ook op straat is het onderscheid aan het vervagen. Onlangs is besloten om landelijk één sirene te voeren. Dat is een slecht idee. Nog slechter is het verwarrende idee van de gelijkgeschakelde strepen op ambulances, politie- en brandweerwagens. Overdag valt het ambulancegeel nog redelijk op, maar in het donker zie je alleen het streeppatroon. Zo kan een ambulance worden geraakt door een steen die bedoeld was voor de politie. De strepen zijn bovendien slecht zichtbaar en voldoen niet aan Europese regelgeving.

Wat dan wel? Sinds tien jaar kent Nederland elf traumacentra, grotendeels gekoppeld aan universitaire ziekenhuizen. Het is veel logischer om de ambulancezorg te koppelen aan deze traumacentra. Voor de meldingen kunnen zorgmeldkamers worden ingericht. Dan pas staat de patiënt echt centraal. Politici en bestuurders moeten zich realiseren dat een burger iets anders is dan een patiënt.

Thijs Gras is historicus, ambulanceverpleegkundige en verpleegkundig centralist.