Als Theo uit de kast komt, hoor je de kip op de gourmetplaat

Theo is 20 en studeert recreatie. Al jarenlang denkt hij dat iedereen die hem op straat aankijkt, onmiddellijk zal zien dat hij homo is. Maar op wat vrienden uit de gaybar na weet niemand het. Aan de vooravond van een wereldreis besluit hij het zijn familie en zijn vrienden te vertellen. Maar hij durft niet zo goed en vraagt Arie Boomsma hem te helpen.

De evangelisch geïnspireerde televisiepresentator zet zich al jaren in voor de maatschappelijke erkenning van homoseksuelen. Het kostte hem zelfs zijn baan bij de EO, toen hij poseerde voor het blad L’homo. en een niet aflatende reeks flauwe grappen over de vraag wanneer Arie nu zelf eens uit de kast komt.

Voor de KRO mocht Boomsma wel een reeks programma’s maken, waarin de lang uitgestelde coming out van vijf jongeren voor de televisiecamera tot stand komt.

De gisteren uitgezonden eerste aflevering van Uit de kast, geheel gewijd aan Theo, was letterlijk om van te janken: deels van ontroering, maar ook omdat ik niet wist dat het nog zo erg was gesteld in Nederland.

Ja, je weet dat het een probleem is in sportclubs, onder moslims en reformatorische christenen, maar in het leger en bij de politie schijnt het al veel beter te gaan. Misschien is het beeld dat de televisie doorgaans oproept van algemeen aanvaarde homoseksualiteit wel helemaal niet representatief.

Als Theo thuis in Limburg bij een etentje met ouders, broer en zussen van een papiertje voorleest dat hij op mannen valt, wordt het pijnlijk stil. Even hoor je alleen het gesis van de kipfilet op de gourmetplaat. Dan omarmt zijn broer hem, en zegt een zus: „Nou ja, het is niet anders. Niet dat het erg is, hoor.” Dan corrigeert vader dat hij het wel erg vindt en komen bij hem de tranen los.

De indruk ontstaat dat het gezin vooral moeite heeft met de keuze van hun zoon om hen voor de camera in te lichten. Ze begrijpen vrij snel erin te zijn geluisd met de smoes dat Boomsma en zijn crew aandacht wilden besteden aan Theo’s reisplan.

Bij die kwetsing kan ik me iets voorstellen. Maar Theo heeft die keuze niet gemaakt omdat hij zo graag op televisie wilde. Dat hij die „stok achter de deur” en de morele steun van de zeer kies en empathisch opererende Boomsma nodig had, onthult inderdaad een pijnlijke waarheid over gebrek aan vertrouwen.

Bij het paintballen met de vaste vriendengroep zijn de onthutsing en zuinigheid ook vrij groot. Ze hadden wel gemerkt dat Theo het goed kon vinden met meisjes en dat het nooit tot een relatie kwam. Maar dit hadden ze nooit gedacht. Een van hen zegt: „Onbewust verandert er iets in de vriendschap, maar we moeten er nu het beste van zien te maken.”

Als ik zo’n tekst hoor, houd ik het niet droog, vooral van plaatsvervangend verdriet.

Goede televisie is het zeker, en kennelijk ook buitengewoon nuttig, in Nederland 2011.