Westerwelle heeft het onheil over zijn partij afgeroepen

Dankzij Guido Westerwelle boekte de FDP in 2009 de grootste overwinning uit haar geschiedenis. Nu is hij verantwoordelijk voor een dieptepunt in de peilingen.

Ze is zelfstandig ondernemer en heeft anderhalf jaar geleden bij de Bondsdagverkiezingen op de FDP gestemd. Haar verwachtingen waren hooggespannen. Minder bureaucratie en verlaging van de belastingen, luidden de verkiezingsbeloften van de Duitse liberalen. „Daarvan is niets terecht gekomen. De FDP staat met lege handen. En dat is de schuld van Guido Westerwelle”, zegt Uschi König uit Berlijn. Op de FDP zal ze niet meer stemmen. „Dat hoofdstuk is afgesloten.”

Het gaat slecht met de Freie Demokratische Partei (FDP). In de peilingen zijn de liberalen weggezakt tot een historisch dieptepunt van drie procent in de laatste week van december. Het zijn weliswaar cijfers van opinieonderzoekers – en die kunnen er altijd naast zitten – maar Uschi König is niet de enige Duitse kiezer die zich gefrustreerd van de FDP heeft afgekeerd.

Tot ver in de partijgelederen rommelt het. Steeds meer kaderleden uit de regio meldden de afgelopen maanden dat de kiezers bij bosjes weglopen. En nu kraait het oproer. De FDP-chef in de deelstaat Hessen, Jörg-Uwe Hahn, eist het aftreden van partijvoorzitter Guido Westerwelle. Zo ook Wolfgang Kubicki uit Sleeswijk-Holstein, die de situatie van zijn partij vergelijkt met „de laatste fase van de DDR”.

Hoofdschuldige is Westerwelle, aldus deze regionale politici. Hij is partijleider, vicekanselier en minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet van Angela Merkel. Hij was het stembuskanon; hij heeft vervolgens het onheil over zichzelf en de partij afgeroepen. Morgen moet hij op een partijbijeenkomst in Stuttgart verantwoording afleggen voor de slechte peilingen en z’n persoonlijke impopulariteit. Dan gaat het om niets meer of minder dan zijn politieke overleven.

In september 2009 stond Guido Westerwelle (49) nog glunderend naast de stembus. De Duitse liberalen waren de grote winnaars van de verkiezingen voor de Bondsdag, het nationale parlement. Westerwelle, een gewiekste campagnevoerder, wist een door de FDP nooit eerder gehaalde aanhang van 14,6 procent van de kiezers achter zich te krijgen.

Ruim een maand later was de FDP regeringspartner van Merkels christen-democratische CDU en kreeg Guido Westerwelle, die jarenlang in de oppositiebanken vertoefde, de rol van staatsman. Dat ging hem slecht af. Hij voerde op schelle toon oppositie in het kabinet. De buitenlandse politiek, die in Duitsland volgens commentator Josef Joffe „een sonore stem en een zekere plechtstatigheid” vereist, kwam er door toedoen van de liberale voorman bekaaid vanaf.

Op geen enkel moment heeft hij als vicekanselier en minister indruk kunnen maken. Hij bleef wie hij was: in essentie een binnenlands politicus met een vechtersmentaliteit. In de oppositie past dat; in de regering is het een handicap. Manfred Güllner van het onderzoeksbureau Forsa vindt dat Westerwelle in het kabinet „herrie heeft getrapt”, wat hem veel stemmen heeft gekost. Güllner noemt hem als bewindsman „misplaatst”.

Maar de crisis van de Duitse liberalen is groter dan hun leider. Van de vijf FDP-ministers in Merkels kabinet komt alleen Rainer Brüderle (Economische Zaken) goed uit de verf. De FDP-fractie in de Bondsdag slaagt er onder voorzitter Birgit Homburger ook niet in om zich te profileren tegenover de numeriek sterkere sociaal-democraten en de verbaal begaafdere Groenen. De liberalen lijken hun onverwacht sterke groei niet goed te hebben verwerkt.

Voor bondskanselier Merkel is de verzwakking van haar regeringspartner een ernstige tegenslag. Hoewel zijzelf op het hoogtepunt van haar macht is, en haar populariteit onveranderd groot is, heeft haar partij in 2010 na parlementsverkiezingen het bestuur van de grote deelstaat Noordrijn-Westfalen moeten prijsgeven. Dit jaar worden in zeven Duitse deelstaten parlementsverkiezingen gehouden. De belangrijkste daarvan zijn in het dichtbevolkte Baden-Württemberg. Daar dreigt een electorale afstraffing voor christen-democraten en liberalen als gevolg van een uit de hand gelopen infrastructureel conflict (‘Stuttgart 21’).

Merkel heeft genoeg met haar eigen CDU te stellen; de problemen van Westerwelle en z’n liberalen komen uiterst ongelegen. Eind maart, als in Baden-Württemberg wordt gestemd, moet ze misschien voor haar politieke legitimiteit vechten. Steun van een sterke regeringspartner is dan gewenst – maar de FDP ligt op apegapen.

Als je de stembusgrafieken van de FDP sinds de oprichting in 1949 bekijkt, valt op dat de normale toestand van de Duitse liberalen gestage neergang is, die steeds volgt op kortstondige en krachtige groei. De Frankfurter Allgemeine concludeerde in zijn laatste zondagseditie dat de FDP „altijd al een partij voor minderheden was en nooit de status van volkspartij heeft bereikt.” Anders gezegd: de liberalen mogen blij zijn met een electoraat van minder dan tien procent. Het echte liberalisme is nooit populair geweest in Duitsland, waar de hang naar vrijheid het meestal aflegt tegen de veronderstelde zekerheden van een sterke staat.

En waar blijven de kiezers die bij de FDP weglopen? Die gaan op papier naar de Groenen. Hun huidige stormachtige groei is niet los te zien van de liberale neergang. De Groenen voeren oppositie in de Bondsdag en kunnen verkiezingscadeaus uitdelen waar ze maar willen. Tot ze zelf een keer moeten regeren. ‘Het geval Westerwelle’ is voor hen een leerzame les. „Zo moet het dus niet”, concludeerde fractievoorzitter Renate Künast van de Groenen laatst met een mengeling van verbazing en leedvermaak.