'Wat mijn dansers precies gaan doen, weet ik niet'

In zijn nieuwe choreografie voor La La La Human Steps verbindt Édouard Lock de eindes van twee opera’s. „Het einde van een relatie is een klein sterven.”

„Ik houd van einden. Nee, ik ben er bang voor. Maar dat maakt het weer fascinerend.” Om die reden, zegt choreograaf Édouard Lock, werd hij aangetrokken door Purcells Dido en Aeneas en Von Glucks Orphée et Eurydice. De barokopera’s vormen de basis voor zijn nieuwste, nog titelloze voorstelling, die vanavond in Het Muziektheater in Amsterdam in wereldpremière gaat.

Lock: „Het einde van een relatie is een kleine dood; alle elementen van de echte dood zijn aanwezig: het afscheid, het verdriet, het gemis. Een einde heeft in mijn ogen meer realiteitsgehalte dan een begin. Het is harder, duidelijker, minder omfloerst.”

Beide barokopera’s zijn liefdesgeschiedenissen waarin de liefde tragisch tot een einde komt. De stervende Dido vraagt in haar laatste aria haar niet te vergeten. Orpheus moet zijn Eurydice in de onderwereld achterlaten.

Lock heeft van beide einden een doorlopende lijn gemaakt, waardoor de verhalen elkaar beïnvloeden en vervormen. „Zoals ik het zie, vertegenwoordigen de laatste gedachtenflarden van de stervende Dido de ongrijpbare sferen waarin de dode Eurydice zich bevindt. Het dodenrijk, de Hades, zie ik als een allegorie voor het onbewuste, de plaats waar een stervende geest zich ophoudt. Dido gaat waar Eurydice is, naar die irrationele sferen.”

Voor dit nieuwe werk componeert Gavin Bryars uit de twee opera’s een nieuwe compositie, gespeeld door een kwartet bestaande uit violist, saxofonist, cellist en pianist. De originele muziek zal maar ten dele en bij vlagen te herkennen zijn. Soms zal Bryars’ compositie in botsing komen met de verwachtingen van het publiek, dat gezien de bekendheid van de opera’s zijn eigen herinneringen en opvattingen over die muziek meeneemt in de voorstelling. Het is een proces dat Lock in hoge mate boeit en waarmee hij ook speelde in zijn vorige productie, Amjad (2008), toen hij voor- en achteruitschakelde door de ballethistorie door zijn hedendaagse balletpassen te verbinden aan de iconen van de klassieke dans: The Sleeping Beauty en Het Zwanenmeer.

Niet alleen de toeschouwer, ook zijn dansers worden nu voor de uitdaging gesteld een dialoog met de muziek aan te gaan, of liever: met de musici. Pas gisteren hebben zij de muziek voor het eerst gehoord. „Ze hebben niet gewerkt met een vastliggende muzikale ondergrond, maar krijgen de compositie nu pas te horen, geïnterpreteerd door de musici. Bovendien vraag ik ze soms bewust tégen tempi of stemmingen in te gaan. Zo leveren zij een emotionele, individuele bijdrage.”

Hoe dat er bij de première uit zal zien, weet Lock zelf ook nog niet. Extra nieuwsgierig is hij naar de interpretatie van een van zijn dansers: de Russische Diana Visjneva. Lock en de sterdanseres van het Kirov Ballet, tevens vaste gastdanseres bij American Ballet Theater, zouden al eerder samenwerken, maar haar gastoptreden valt nu toevallig samen met het dertigjarig jubileum van La La La Human Steps.

Visjneva brengt een kwaliteit mee die Louise Lecavalier, Locks muze van weleer, ook bezat. Net als zij is Visjneva behalve charismatisch en aanbiddelijk om te zien, ontzaglijk sterk. Haar lichaam herbergt een tegenstelling die een kolfje naar de hand is van Lock: de lyriek en elegantie van het klassieke ballet en het vermogen zijn scherpe, agressieve bewegingstaal met een verbluffende precisie uit te voeren.

Lock: „Maar dat zijn alleen de passen. Dat is mijn afdeling. Wat zij daarmee morgen in de voorstelling gaat doen, weet ik niet. Ik ben benieuwd.”

La La La Human Steps, Het Muziektheater Amsterdam 5, 6 en 8 jan. Inl: 020 6255455, www.het-muziektheater.nl