Rutte moet pokeren om steun Kamer

Nederlandse missie naar Kunduz

Het kabinet wil een politietrainingsmissie sturen naar de Afghaanse provincie Kunduz. Politieke steun is nog niet verzekerd. Kan de missie gevechten ontlopen?

Een „ragfijn subtiel spel achter de schermen”, zei premier Mark Rutte afgelopen november in Lissabon. Hij had het over zijn zoektocht naar een nieuwe Nederlandse missie in Afghanistan die zou kunnen rekenen op de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer. De apotheose van dat spel is aanstaande, nu het minderheidskabinet van VVD en CDA op het punt staat het parlement een dergelijk besluit voor te leggen. In Den Haag wordt er rekening mee gehouden dat de zogeheten ‘artikel 100 brief’ waarin de nieuwe missie wordt aangekondigd komende vrijdag in het kabinet zal worden besproken. Bij overeenstemming gaat deze daarna naar de Kamer.

Het is politiek pokeren dat Rutte zich veroorlooft. Garanties voor een Kamermeerderheid heeft hij niet. En al helemaal niet voor een ruime Kamermeerderheid, wat tot nu toe de ongeschreven regel was als het gaat om het uitzenden van Nederlandse militairen en politieagenten naar oorlogsgebieden. De enige garantie die Rutte heeft, is dat hij niet op de steun van zijn gedoogpartner de PVV hoeft te rekenen. „De PVV steunt geen enkele missie naar Afghanistan waar dit kabinet ook mee komt!”. Dat twitterde partijleider Geert Wilders, inclusief uitroepteken, vorige week op de laatste dag van het jaar, toen even de indruk door BNR radio was gewekt dat de PVV mogelijk toch akkoord zou gaan.

Niet dus. En zodoende is het kabinet met zijn 52 zetels afhankelijk van minstens 24 leden uit de oppositie voor een minimale meerderheid van 76 van de 150 Kamerzetels. Vandaar dat er de afgelopen maanden volop is gesondeerd bij de oppositie.

Rutte heeft samen met de ministers Hillen (Defensie, CDA) en Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) bij alle partijen gepolst wat de mogelijkheden en wat de onmogelijkheden zijn van een nieuwe Nederlandse betrokkenheid bij Afghanistan. Geen van de partijen heeft zich al op voorhand gewonnen gegeven.

Maar de meest betrokken ministers kenden na deze gesprekken wel hun manoeuvreerruimte. Die heeft geleid tot het gecombineerde pakket waarmee het kabinet zoveel mogelijk partijen tevreden probeert te stellen. Daarbij gaat de aandacht allereerst uit naar GroenLinks, D66, ChristenUnie en SGP, samen goed voor 27 zetels. Met VVD en CDA schaarden al deze partijen zich het afgelopen voorjaar, in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni, achter een motie van GroenLinks Kamerlid Mariko Peters en D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold. Daarin werd het toenmalige demissionaire kabinet opgeroepen de mogelijkheden van een politietrainingsmissie te onderzoeken. PvdA, SP, PVV en de Partij voor de Dieren waren tegen.

Dat uitgerekend GroenLinks en D66 met deze motie kwamen was opmerkelijk. Beide partijen hadden zich eerder tot twee maal toe gekeerd tegen de Nederlandse militaire missies in Uruzgan. Hier gaat het om een civiele taak, verklaarden GroenLinks en D66. Maar zij wilden met hun motie ook een duidelijk binnenlands politiek signaal afgeven. Zij toonden zich hiermee verantwoordelijke partijen, die na de verkiezingen regeringsverantwoordelijkheid konden dragen. Dat is iets anders gelopen, maar voor het kabinet Rutte was de motie Peters/Pechtold inmiddels wel een gegeven.

Het voorstel dat nu in het voltallige kabinet moet worden besproken probeert zoveel mogelijk bij deze motie aan te sluiten. De nieuwe missie van ruim 300 man, inclusief militaire beschermers, behelst het opleiden en trainen van Afghaanse politieagenten. Dat gebeurt gedeeltelijk onder EU-vlag, veelal in afgeschermde, dus relatief veilige trainingscentra. Vanuit de EU in Brussel is het kabinet onder andere verzocht om het leveren van opleiders voor het stafcentrum in Kabul, en voor een politieschool voor vrouwen in de provincie Bamyan.

Tegelijk wordt ook de NAVO, die Nederland de afgelopen jaren herhaaldelijk maar tevergeefs heeft gevraagd om toch vooral niet met zijn militairen uit Uruzgan te vertrekken, niet vergeten. Betrokkenen weten te melden dat in het voorstel wordt gesproken over een aantal POMLT’s: Police Operational Mentoring and Liaison Teams. Deze teams van 15 tot 20 man opereren onder verantwoordelijkheid van de NAVO. Het opleiden van politieagenten is tegenwoordig een integraal onderdeel van de Afghanistan-strategie van het bondgenootschap.

Voorts blijven de vier F16-gevechtstoestellen van de Nederlandse luchtmacht in Afghanistan. Dit is niet alleen een gebaar van goede wil aan de NAVO, maar ook van belang voor het ministerie van Defensie dat hiermee in deze tijden van bezuiniging kan laten zien dat de krijgsmacht ook voor vredestaken gevechtsvliegtuigen toch echt nodig heeft.

Het politieke debat in Den Haag zal zich concentreren op de activiteiten van de politiemensen die in het veld gaan opleiden. Hierbij zijn confrontaties met de Taliban niet uitgesloten. Sterker nog: politiemensen waren de afgelopen jaren nadrukkelijk doelwit van de Taliban.

Wat is in een dergelijk geval de positie van de militaire beschermers? Worden die niet in een actieve militaire rol gedwongen? Dat is in elk geval de vrees bij de PvdA die niets wil weten van Nederlandse beschermers. GroenLinks en D66 vinden dat het mandaat voor de beschermers hierover duidelijkheid moet verschaffen.

Hoe militair mogen de militairen optreden? Een vraag met extra politieke lading, met de voor de samenstelling van de Eerste Kamer cruciale Provinciale Statenverkiezingen van 2 maart in het vooruitzicht.