Privatiseringen in Zuid-Europa kunnen druk van ketel halen

Beleggers die vinden dat het kopen van staatsobligaties van de landen uit de periferie van de eurozone op zichzelf al een gok is, zullen hun geld waarschijnlijk niet op de casino’s en loterijen van de regio willen zetten. Maar deze en andere staatsbezittingen zullen spoedig te koop worden aangeboden door noodlijdende Zuid-Europese regeringen, die hun staatsbedrijven in de etalage willen zetten.

De opbrengsten moeten de staatsschulden helpen terugdringen. Succesvolle privatiseringen zullen tevens aantonen dat de landen ernst maken met de economische hervormingen. Dat moet een compensatie zijn voor de reputatieschade die wordt geleden door de noodzaak om bezittingen goedkoop van de hand te doen.

Van oudsher hebben regeringen gebruik gemaakt van beursintroducties om staatsbedrijven te verkopen. Spanje zal waarschijnlijk voor deze route kiezen, als het land de komende twee jaar minderheidsbelangen in zijn loterij- en luchthavenbeheerders gaat verkopen. Deze staatsbelangen moeten gezamenlijk zo’n 12 miljard euro waard zijn. Een beursgang van de beheerder van de Griekse havens, die eerder vorig jaar de interesse had gewekt van China, is eveneens op handen.

Er zijn ook manieren om staatsbedrijven kwijt te raken zonder de rompslomp van een zeer in het oog springende beursgang. Er kan gebruik gemaakt worden van inwisselbare obligaties. Schuldplichtige regeringen kunnen ook specialistische beleggers, zoals infrastructuurfondsen, verleiden tot het overnemen van belangen van staatsbedrijven.

Griekenland heeft al een allegaartje aan bezittingen geselecteerd die interessant zouden kunnen zijn om te verkopen. Het land hoopt dat zijn vastgoedportefeuille - die al heeft geleid tot opgewonden speculaties over een goudmijn van 200 miljard euro - zelfs nog meer mogelijkheden zal bieden.

Dit is uiteraard niet de ideale tijd om bezittingen te slijten. De bedrijfswaarderingen in Zuid-Europa staan onder druk. Spaanse, Portugese en Griekse aandelen worden verhandeld op een gemiddelde van 9,5 maal de jaarwinst, aldus Thomson Reuters, tegen een gemiddelde van veertien maal de winst in Duitsland. Intussen is het voor Zuid-Europese bedrijven niet makkelijk aan financiering te komen, zelfs niet als de meest stabiele bezittingen als onderpand worden geboden. Dat legt beperkingen op aan wat kopers zich kunnen veroorloven.

Niettemin is privatisering verstandig. Het kan een betekenisvol verschil maken voor de nationale financiën: de voorgenomen verkopen in Spanje vertegenwoordigen ruim 10 procent van de 102 miljard euro aan schuldaflossingen die het land volgens de analisten van Barclays Capital in 2011 moet zien op te brengen. Succesvolle verkopen zullen ook aantonen dat de krap bij kas zittende Europese periferielanden kapitaal kunnen aantrekken, en dat de regeringen concrete stappen aan het zetten zijn om hun economieën efficiënter te maken. Ondanks de recente janboel op Heathrow, de in particuliere handen verkerende Britse luchthaven, moet dat bezorgde beleggers enigszins gerust kunnen stellen.

Nicholas Paisner

Vertaling: Menno Grootveld